Woordenschat economie
Publiek
Woorden in deze lijst (38)
Origineel
- die Frist
- de termijn
- bewerten
- beoordelen
- die Wirtschaft
- de economie/
het bedrijfsleven - die Anzeige
- de advertentie/
de aangifte - der Bereich
- het gebied/
het terrein (figuurlijk) - der Hersteller
- de fabrikant
- die Rente/
der Rentner - het pensioen/
de gepensioneerde - die Umfrage
- de enquête
- die Zahl
- het getal/
het aantal - berücksichtigen
- rekening houden met
- erheblich
- aanzienlijk
- der Wettbewerb
- de concurrentie
- laut
- volgens
- erforderlich
- vereist/
noodzakelijk - der Betreiber
- de exploitant/
iemand die bijv. een bedrijf beheert - vollständig
- volledig
- die Grundlage
- de basis
- die Beschäftigung
- de bezigheid/
het werk/ de baan/ de werkgelegenheid - auf Zeit
- tijdelijk
- erledigen
- afhandelen/
uitvoeren - unmittelbar
- direct
- fällig sein
- noodzakelijk zijn/
dringend moeten gebeuren - bezeichnen
- aanduiden/
kenmerken - der Streik
- de staking
- das Verständnis
- het begrip
- die Aufforderung
- het (dringende) verzoek
- der Aufschwung
- de opbloei (bijv. van economie/
wetenschappen) - der Ertrag/
der Erlös - de opbrengst
- die Aktie
- het aandeel (op de beurs)
- das Gehalt
- het salaris
- schwanken
- variëren
- erstatten
- vergoeden
- fördern
- bevorderen/
steunen - die Messe
- de beurs
- erzeugen
- opwekken/
veroorzaken - vorantreiben
- bespoedigen/
vaart zetten achter iets - erfassen
- registreren
- verlässlich
- betrouwbaar