Begrippen H4 Gebieden Zuid-Amerika
Publiek
4keer geoefend
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- geografisch beeld
- beeld van een gebied op basis van controleerbare informatie over de ligging van het gebied,de ruimtelijke kenmerken ervan en de samenhang daartussen
- mental map
- het ruimtelijk beeld dat een persoon van een bepaald gebied in zijn geheugen heeft opgeslagen
- perceptie
- de manier waarop je iets waarneemt en ervaart
- stereotiep beeld
- een algemene karakterisering van een gebied of van een groep mensen die niet helemaal met de werkelijkheid overeenkomt
- culturele diversiteit
- verschillende bevolkingsgroepen die zich van elkaar onderscheiden door cultuur;vaak is culturele diversiteit nauw verweven met etnische diversiteit
- etniciteit
- afkomst gelet op sociaal-culturele kenmerken zoals taal, religie en tradities
- etnische diversiteit
- verschillende bevolkingsgroepen die zich van elkaar onderscheiden door afkomst;vaak is etnische diversiteit nauw verweven met culturele diversiteit
- informele sector
- de niet-officiële economie
- sociale mobiliteit
- mogelijkheid een andere maatschappelijke positie in te nemen
- favela
- Braziliaanse benaming voor zelfbouwwijk(zie ook zelfbouwwijk)
- informal city
- spontaan gebouwde,illegale stadswijken waar de bewoners geen eigendomsrechten hebben op de huizen en/
of de grond die ze bewonen;voorzieningen en infrastructuur ontbreken of zijn van een laag niveau;de wijken liggen vaak op plekken die gevoelig zijn voor aardverschuivingen of overstromingen - zelfbouwwijk
- een niet door de overheid gereguleerde woonwijk,vaak gekenmerkt door slechte leefomstandigheden en gelegen op ongunstige locaties(zie ook favela)
- clientelisme
- mensen uit de bovenlaag van de bevolking bewijzen een persoon of een groep mensen een dienst in ruil voor politieke steun(stemmen);de bevoordeelde positie die de elite hierdoor verwerft,wordt gebruikt om zichzelf te verrijken
- dictatuur
- regeringsvorm waarin alle macht bij één persoon of bij een kleine groep mensen berust,bijvoorbeeld een politieke partij,junta of familie
- elite
- een kleine groep in de maatschappij met buitengewone voorrechten,waardoor zij op een bepaald gebied(politiek,economisch of cultureel)de hoogste positie inneemt
- oligarchie
- regering die bestaat uit een kleine groep rijke en invloedrijke personen die alle macht heeft
- populisme
- politieke stroming waarbij een leider zich opwerpt als de stem van 'het volk'.De gevestigde orde(voorbeeld:andere politici,media en de rechterlijke macht)wordt voorgesteld als corrupt en als vijand van het volk
- good governance
- een transparante manier van besturen waarbij de bevolking over middelen beschikt om het regeringsbeleid te controleren en te beoordelen
- neoliberalisme
- een economisch beleid waarbij de overheid terugtreedt en het bedrijfsleven veel ruimte krijgt door bijvoorbeeld privatisering van staatsbedrijven,vrijhandel,verkleining/
afschaffing van overheidssubsidies,verlaging van winstbelasting - politieke polarisatie
- proces waarbij de tegenstellingen tussen politieke groeperingen steeds sterker worden en leiden tot oplopende spanning en onenigheid
- biodiversiteit
- de soortenrijkdom van planten en dieren
- duurzaamheid
- een manier van denken over ontwikkeling,die evenwicht zoekt tussen de behoeften van de huidige bewoners in een gebied en de gevolgen voor het milieu;uitgangspunt is dat de mogelijkheden van toekomstige generaties geen gevaar mogen lopen
- hydro-elektriciteit
- elektriciteit opgewekt met waterkracht
- landdegradatie
- aantasting van landschap(vooral bodem)waardoor de agrarische en ecologische mogelijkheden van het gebied afnemen
- ontbossing
- het kappen of in brand steken van bos,bijvoorbeeld tropisch regenwoud
- ontginning
- het omzetten van een natuurlijk landschap(veelal bos)in cultuurgrond(veelal landbouwgrond)
- waterbalans
- overzicht de toevoer en afvoer van water in een gebied
- hazard management
- een planmatige vorm van gevarenbeheersing door risico's in kaart te brengen,voorzorgsmaatregelen te treffen en rampenplannen op te stellen,en aan de hand daarvan te oefenen
- lahar
- een modderstroom die bestaat uit een mengsel van verweringsmateriaal,vulkanische as en water,in gang gezet door een vulkaanuitbarsting
- risicoperceptie
- een subjectieve inschatting van de natuurlijke risico's in een gebied,die van invloed is op hoe goed mensen op een natuurramp voorbereid zijn
- stormvloed
- de situatie waarbij een (spring)vloed samenvalt met een krachtige,aanladinge wind,waardoor een zeer hoge waterstand aan de kust kan ontstaan