Vocabulaire & phrases-clés
Publiek
Woorden in deze lijst (49)
Origineel
- la glace
- het ijsje
- le cousin
- de neef
- la cousine
- de nicht
- le rendez-vous
- de afspraak
- le portable
- de mobiele telefoon
- content(e)
- blij
- interdit(e)
- verboden
- aider
- helpen
- donc
- dus
- maintenant
- nu
- le salon
- de woonkamer
- les toilettes
- het toilet
- la salle de bains
- de badkamer
- le grenier
- de zolder
- le bureau
- het bureau, de studeerkamer
- la cuisine
- de keuken
- le garage
- de garage
- le jardin
- de tuin
- la table
- de tafel
- la chaise
- de stoel
- Comment tu trouves ta chambre?
- Hoe vind jij jouw slaapkamer?
- J'aime bien ma chambre, elle est grande.
- Ik vind mijn slaapkamer leuk, hij is groot.
- Il y a un lit et un bureau.
- Er staat een bed in en een bureau.
- Tu es souvent dans ta chambre?
- Ben jij vaak in jouw slaapkamer?
- Oui, pour discuter avec mes copains.
- Ja, om te kletsen met mijn vrienden.
- la piscine
- het zwembad
- l'écran m
- het scherm
- la vue
- het uitzicht
- la décoration
- de decoratie
- la montagne
- de berg
- le monde entier
- de hele wereld
- l'étage m
- de verdieping
- la mer
- de zee
- le centre
- het centrum
- le château
- het kasteel
- il se trouve
- hij bevindt zich
- passer
- doorbrengen
- voyager
- reizen
- inviter
- uitnodigen
- discuter
- kletsen
- après
- na
- malheureusement
- helaas
- près de
- dichtbij
- quelques
- enkele
- à côté de
- naast
- Tu habites où?
- Waar woon jij?
- J'habite à Paris.
- Ik woon in Parijs.
- Tu habites dans une maison?
- Woon jij in een huis?
- Non, j'habite dans un appartement.
- Nee, ik woon in een flat.