geschiedenis hoofdstuk 3
Publiek
10
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- standensamenleving
- Samenleving die is verdeeld in drie groepen: geestelijkheid (eerste stand), adel (tweede stand) en burgers en boeren (derde stand). De eersten en tweede stand hebben allerlei voorrechten.
- privilege
- Voorrecht dat door de koning was verleend aan een geestelijke of edelman.
- ancien régime
- Een bestuur waarin de koning absolute macht heeft en sommige groepen (standen) speciale voorrechten hebben.
- rationeel denken
- Logisch denken (niet afgaan op het gevoel of de traditie).
- Verlichting
- Manier van denken waarin geloof en traditie plaatsmaken voor logisch en verstandelijk redeneren. Verlichte burgers waren kritisch over kerk, bestuur en samenleving en wilden deze verbeteren.
- tolerantie
- Verdraagzaamheid.
- natuurrecht
- Een recht dat ieder mens van nature heeft, zoals het recht op vrijheid of bezit.
- scheiding van de machten
- Door Montesquieu bedachte verdeling van de bestuurlijke macht in drie delen: de macht om wetten te maken (volksvertegenwoordiging), de macht om wetten uit te voeren (regering) en de macht om wetsovertreders te bestraffen (rechters).
- censuur
- Het verbod door de overheid om het openbaar maken van bijvoorbeeld teksten, toneel- en muziekstukken.
- publiek debat
- Discussie over problemen in de samenleving waaraan een groot deel van de bevolking meedoet.
- volksvertegenwoordiging
- Een officiële bijeenkomst van vertegenwoordigers van het volk, waar politieke besluiten worden genomen.
- Franse Revolutie
- Grote, plotselinge verandering van de samenleving en het bestuur in Frankrijk tussen 1789 en 1799.
- grondrecht
- Een basisrecht van elke burger, bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting.
- grondwet
- Document waarin is vastgelegd wat de rechten en plichten van burgers zijn en hoe het bestuur is geregeld.
- gematigden
- Groep mensen die niet al te veel veranderingen tegelijk wil doorvoeren of die de samenleving geleidelijk wil veranderen.
- radicalen
- Groep mensen die snelle en grote veranderingen wil.
- Terreur
- De periode in de Franse Revolutie (1793-1794) waarin een kleine groep radicalen alle macht had en deze behield door tegenstanders met geweld angst aan te jagen.
- patriot
- Nederlander die zich in de tweede helft van de 18e eeuw verzetten tegen het bestuur van stadhouder en regenten. Een patriot wilde dat het volk meer invloed op het bestuur kreeg en dat alle burgers dezelfde rechten zouden krijgen.
- Oranjegezinden
- Groep Nederlanders die tijdens de Republiek aan de kant stonden van de stadhouders uit het huis van Oranje. Ook wel prinsgezinden genoemd.
- Bataafse Republiek
- De Nederlandse republiek die is gesticht door patriotten en heeft bestaan van 1795 tot 1806.
- eenheidsstaat
- Een land waarin overal dezelfde wetten en regels gelden en waarin het centrale bestuur het belangrijkste bestuursorgaan is.
- Bataafse Revolutie
- Grote verandering in de samenleving en het bestuur in Nederland vanaf 1795 tot 1798.
- staatsgreep
- Plotselinge verovering van de politieke macht in een land door één persoon of een kleine groep personen.
- dictatuur
- Een bestuur waarin één persoon (geen koning of keizer) of een kleine groep mensen alle macht heeft.
- Code Napoléon
- Een wetboek dat werd ingevoerd door Napoleon en dat uitlegging van het idee dat voor alle burgers dezelfde wetten gelden.
- Continentaal Stelsel
- Het door Napoleon uitgevaardigde verbod om vanaf het Europese vasteland handel te drijven met Groot-Brittannië.
- burgerlijke stand
- Een lijst waarin het bestuur vastlegt wanneer alle burgers zijn geboren, zijn getrouwd en zijn overleden.
- Koninkrijk der Nederlanden
- Nederland sinds 1815.
- continuïteit
- Onveranderlijkheid. Je spreekt van continuïteit als mensen gedurende langere tijd min of meer hetzelfde doen of denken.
- revolutie
- Een snelle verandering die grote gevolgen heeft.