Spaans - Paso Adelante - 2 havo/vwo -De aventura en Perú- Frases clave 2
Publiek
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- ¿Qué estás haciendo?
- Wat ben je aan het doen?
- ¿Qué vas a hacer esta semana?
- Wat ga je deze week doen?
- ¿Ya has visto un mono?
- Heb je al een aap gezien?
- ¿Estás sacando fotos también?
- Ben je ook foto's aan het maken?
- ¿Hasta cuándo te quedas?
- Tot wanneer blijf je?
- ¿Duermes en un hostal?
- Slaap je in een hostel?
- Estoy viajando por Perú.
- Ik ben aan het reizen in Peru.
- Primero vamos al Machu Picchu y después vamos al lago Titicaca.
- Eerst gaan we naar de Machu Picchu en daarna gaan we naar het meer Titicaca.
- No, pero sí he visto una alpaca.
- Nee, maar ik heb wel een alpaca gezien.
- Sí, estoy sacando muchas fotos.
- Ja, ik ben veel foto's aan het maken.
- Me quedo hasta el domingo./
Vuelvo a casa esta tarde. - Ik blijf tot zondag./
Ik ga vanmiddag terug naar huis. - No, duermo en casa de mis amigos.
- Nee, ik slaap bij mijn vrienden thuis.