Maatschappijleer parlementaire democratie kernbegrippen

Publiek
0
Woorden in deze lijst (49)
Origineel
- Belangen
- Zaken die mensen belangrijk vinden omdat ze er een voordeel bij hebben.
- Christendemocratie
- Politieke stroming die christelijke waarden zoals naastenliefde en gemeenschapszin als belangrijke uitgangspunten heeft.
- Coalitie
- De samenwerkende regeringspartijen in de volksvertegenwoordiging.
- Collectieve-actieprobleem
- Maatschappelijke problemen zijn moeilijk op te lossen omdat mensen niet gemotiveerd zijn om mee te werken aan een gezamenlijke oplossing.
- Conservatisme (rechts)
- Politieke dimensie die nadrukt legt op het behouden van traditionele waarden en normen in morele kwesties.
- Directe democratie
- Bestuursvorm waarbij de bevolking direct invloed uitoefent op het wetgevingsproces.
- Ecologisme
- Politieke stroming die benadrukt dat het bestrijden van klimaatverandering en het beschermen van het milieu voorop moet staan.
- Eerste Kamer
- Een van de kamers van de Staten-Generaal. Heeft minder bevoegdheden dan de Tweede Kamer.
- Europees Parlement (EP)
- De volksvertegenwoordiging van de EU. Het EP wordt om de 5 jaar rechtstreeks gekozen door de burgers van de lidstaten.
- Europese Commissie
- Dagelijks bestuur (regering) van de Europese Unie. Voert Europees beleid uit en schrijft wetsvoorstellen.
- Europese Raad
- Raad van regeringsleiders van alle EU-landen. Hun bijeenkomsten worden ook wel Eurotoppen genoemd.
- Gezag
- Legitieme macht, macht die door anderen erkend en aanvaard wordt.
- Indirecte democratie
- Bestuursvorm waarbij het volk niet zelf over allerlei zaken beslist maar de beslissingen overlaat aan gekozen vertegenwoordigers.
- Kabinet
- Dagelijkse bestuur van het land, bestaande uit de ministers en staatssecretarissen.
- Kabinetsformatie
- Het proces waarbij na de Tweede Kamerverkiezingen een nieuw kabinet wordt gevormd.
- Kosmopolitisme (links)
- Politieke dimensie die nadruk legt op de verbondenheid van Nederland met de rest van de wereld.
- Liberalisme
- Politieke stroming die de vrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van het individu centraal stelt en tegen een en al te grote bemoeienis van de overheid is, met name op sociaaleconomisch gebied.
- Links
- Politieke dimensie die de nadruk legt op een grote overheidsbemoeienis met de economie. Streeft naar gelijkheid en bescherming van zwakkeren. Tegenwoordig verwijst links ook naar kosmopolitische en progressieve partijen en ideeën.
- Maatschappelijk probleem
- Een probleem waarbij veel mensen betrokken zijn en waarover meningsverschillen bestaan.
- Macht
- Vermogen om het gedrag van andere mensen te beïnvloeden.
- Ministeriële verantwoordelijkheid
- Minister is tegenover het parlement verantwoordelijk voor de Koning, voor zijn eigen beleid en voor wat zijn ambtenaren doen of nalaten.
- Ministers
- Leden van de regering, van de ministerraad en het kabinet.
- Nationalisme (rechts)
- Politieke dimensie die nadruk legt op het beschermen van de Nederlandse cultuur en samenleving tegen invloeden van buitenaf.
- Normen
- Verwachtingen binnen een groep of samenleving over hoe mensen zich behoren te gedragen.
- Oppositie
- De partij(en) in de volksvertegenwoordiging die niet tot de regerende coalitie behoort/
behoren. - Parlement
- Volksvertegenwoordiging. De Nederlandse volksvertegenwoordiging is de Staten-Generaal.
- Politiek probleem
- Een maatschappelijk probleem waarbij de overheid is betrokken of waarvan mensen vinden dat de overheid erbij betrokken moet zijn.
- Politieke participatie
- Deelname aan politieke activiteiten van inwoners om op deze manier invloed op het besluitvormingsproces te kunnen uitoefenen.
- Politieke stroming
- Groep mensen met dezelfde waarden en opvattingen over hoe de samenleving eruit moet zien en wat de rol van de overheid daarin is.
- Poortwachters
- Mensen of organisaties die een belangrijke schakel vormen tussen de samenleving en politiek. Met name massamedia zijn belangrijke poortwachters.
- Pressiegroepen
- Organisaties die proberen om invloed uit te oefenen op de politiek. Bestaan uit actie- en belangengroepen.
- Progressivisme (links)
- Politieke dimensie die de nadruk legt op de individuele keuzevrijheid in morele kwesties.
- Raad van de Europese Unie
- Raad van Ministers, bestaande uit de vakministers van alle EU-lidstaten.
- Rechtelijke macht
- De instantie die is belast met de rechtspraak.
- Rechts
- Politieke dimensie die de nadruk legt op een kleine overheidsbemoeienis met de economie. Streeft naar eigen verantwoordelijkheid en economische vrijheid. Tegenwoordig verwijst rechts ook naar nationalistische of conservatieve partijen.
- Regering
- De uitvoerende macht in Nederland, bestaat uit de Koning en de ministers.
- Representativiteit
- De mate waarin het parlement een afspiegeling is van de samenstelling en wensen van de bevolking.
- Scheiding der machten
- Het spreiden van de wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht over verschillende instanties.
- Sociaaldemocratie
- Politieke stroming die de nadruk legt op gelijkwaardigheid, gelijke kansen en solidariteit.
- Soevereiniteit
- Hoogste gezag binnen een land, ofwel de overheid.
- Staatssecretarissen
- Personen die de verantwoordelijkheid hebben over een deel van de portefeuille van een minister.
- Staten-Generaal
- De naam van het Nederlandse parlement. Bestaat uit de Eerste en Tweede Kamer.
- Supranationaal
- Letterlijk 'boven' de staat. Staten staan een deel van hun soevereiniteit af aan een nieuw instituut dat boven de staten staat.
- Systeemmodel van politieke besluitvorming
- Een versimpelde weergave van hoe maatschappelijke problemen worden omgezet in wetten en beleid. Helpt bij het krijgen van overzicht in het wetgevingsproces.
- Tweede Kamer
- De belangrijkste kamer van de Staten-Generaal. Wordt direct gekozen door het Nederlandse volk.
- Uitvoerende macht
- De instituten die wetten uitvoeren. Landelijk is dat de regering.
- Vertrouwensregel
- Een minister, of het gehele kabinet, moet aftreden wanneer hij geen vertrouwen meer geniet van het parlement. Geldt ook op provinciaal en gemeentelijke niveau.
- Waarden
- Idealen, principes of doelen binnen een samenleving of groep over wat goed en juist is en daarom moet worden nagestreefd.
- Wetgevende macht
- De instituten die wetten maken. In Nederland zijn dat de regering en de Staten-Generaal samen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–