Leerboek - 3 vmbo-kgt - 2 Nederland van boerenland naar industrieland - F
Publiek
Woorden in deze lijst (32)
Origineel
- administratie
- Dingen opschrijven om een bedrijf goed te kunnen besturen, bijvoorbeeld de inkomsten en uitgaven bijhouden.
- financieren
- Zorgen voor het geld dat ergens voor nodig is.
- bank
- Plaats waar geld bewaard wordt en waar geldhandel wordt bedreven (zie ook bankier).
- aandeel
- Bewijs dat je voor een deel bezitter bent van een bedrijf.
- beurs
- Plaats waar mensen elkaar ontmoeten om producten of aandelen te verhandelen
- fabriek
- Plaats waar producten worden gemaakt met behulp van machines.
- kantoor
- Gebouw of deel van een gebouw waar de administratie gedaan wordt of ander werk aan een bureau.
- dienstverlening
- Beroepen die zich niet bezighouden met het bewerken van het land of het maken van producten.
- overheid
- De instelling die de macht heeft in een land, provincie of gemeente.
- onderwijs
- Overbrengen van kennis en vaardigheden op leerlingen.
- zorg
- Alles wat wordt gedaan om de gezondheid van mensen te verbeteren en om invalide en oudere mensen te helpen.
- rechtspraak
- Rechtvaardig oplossen van ruzies. Als twee mensen ergens ruzie over hebben, wijst de rechtspraak aan wie er gelijk heeft. Als iemand ruzie heeft met de regering doordat hij iets verkeerd heeft gedaan, beslist de rechtspraak of hij schuldig is en welke straf hij verdient.
- sociaal werk
- Werk dat bedoeld is om mensen te helpen die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden.
- massaproductie
- In grote hoeveelheden goederen produceren.
- product
- Iets wat geproduceerd is.
- arbeider
- Iemand die zijn brood verdient met eenvoudig werk, bijvoorbeeld in een fabriek.
- automatisering
- Werk door machines vanzelf laten doen, zonder dat er veel mensen aan te pas komen
- machine
- Apparaat dat dingen automatisch doet en het werk overneemt van mensen
- maakindustrie
- Industrie die zich bezighoudt met het maken van eenvoudige spullen.
- textielindustrie
- Fabriek of industrie die zich bezighoudt met het spinnen van draden en het weven van stoffen.
- lagelonenland
- Land waarin de lonen laag zijn, zodat het voordelig is om producten daar te laten maken.
- elektronica
- Techniek die gebruikmaakt van elektriciteit.
- vliegtuig
- Toestel waarmee kan worden gevlogen.
- auto
- Voertuig op vier wielen dat zich voortbeweegt zonder dat er een trekdier, trekker of zeilen aan te pas komen.
- scheepsbouw
- Het bouwen van schepen.
- industrie
- Grootschalige manier van produceren die gebruikmaakt van machines.
- apparaten
- Toestel dat je kunt gebruiken om iets automatisch te doen, bijvoorbeeld een wasmachine.
- diensteneconomie
- Economie waarin de meeste mensen werken in de dienstverlening.
- industriële samenleving
- Samenleving waarin industrie het belangrijkste middel van bestaan is.
- Industriële Revolutie
- Overgang van een samenleving waarin landbouw het belangrijkste middel van bestaan is naar een industriële samenleving.
- revolutionair
- Lijkend op een revolutie, eruitziend als een totale ingrijpende verandering. Ook gebruikt voor iemand die een revolutie tot stand wil brengen.
- digitaal
- Informatie die geschikt is om door een computer bewerkt of bewaard te worden.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–