De Geo - Zuid-Amerika - Vwo bovenbouw - Blik op de Zuid-Amerikanen
Publiek
Woorden in deze lijst (45)
Origineel
- amerikanisering
- Het verschijnsel dat op steeds meer plekken in de wereld uitingen van de Noord-Amerikaanse cultuur te zien zijn.
- bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar. Je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied.
- bruto regionaal product/
brp - De totale geldwaarde van alle in een regio geproduceerde goederen en diensten (per jaar). Kan per hoofd van de bevolking worden weergegeven.
- cliëntelisme
- Informele machtsstructuur waarbij gunsten worden verleend in ruil voor loyaliteit.
- comparatief voordeel
- Het financiële voordeel dat een land behaalt wanneer het een product goedkoper kan produceren dan een ander land.
- culturele diffusie
- De verspreiding en vermenging van cultuurelementen, vernieuwingen of ideeën.
- culturele diversiteit
- Situatie waarin de cultuurelementen binnen een gebied of in de wereld van elkaar verschillen.
- de-agrarisatie
- Proces waarbij het belang van de landbouw in de werkgelegenheid en als bijdrage aan het bnp afneemt.
- dictatuur
- Regeringsvorm waarin één persoon of een kleine groep mensen de absolute macht heeft.
- diversificatie
- Het minder eenzijdig maken van de economie.
- energietransitie
- De overgang van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen.
- etniciteit
- Een geheel van sociaal-culturele kenmerken waarvan mensen in een bepaalde groep vinden dat die bij hen horen en die hen onderling verbinden.
- etnische diversiteit
- Het naast elkaar bestaan van meerdere etniciteiten in de samenleving.
- exportvalorisatie
- Bewerking van en waardetoevoeging aan goederen die voor de export bestemd zijn.
- favela
- Wijk waar de bewoners zelf (illegaal) woningen hebben gebouwd. Heet ook favela of informal city.
- gated community
- Stadsdeel dat door een muur of hekwerk afgesloten is van de openbare ruimte. Het stadsdeel kan bestaan uit enkele gebouwen, maar ook een hele wijk omvatten.
- ginicoëfficiënt
- Maat om de inkomensongelijkheid in een land te meten.
- good governance
- Goed bestuur met als uitgangspunten openheid, verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, bevolkingsparticipatie en overeenstemming.
- grondbezitverhouding
- De eigendomsverhouding van grond op het platteland.
- human development index/
hdi - Samengestelde indicator waarin het bnp per inwoner, de mate van scholing en de levensverwachting meeweegt. Heet ook VN-Ontwikkelingsindex.
- importsubstitutie
- Als een land goederen die het eerst importeerde zelf gaat produceren.
- industrialisatie
- Periode waarin een samenleving voor het inkomen steeds sterker afhankelijk wordt van industrie in plaats van landbouw.
- informal city
- Wijk waar de bewoners zelf (illegaal) woningen hebben gebouwd. Heet ook favela of informal city.
- informele sector
- Ongeschoold, slechtbetaald werk in de dienstensector dat niet officieel wordt geregistreerd. Mensen betalen geen belasting, maar hebben ook geen recht op uitkeringen.
- kettingmigratie
- Vorm van volgmigratie die op gang wordt gebracht doordat eerdere migranten (al dan niet gekleurde) informatie sturen naar de achterblijvers.
- landgrabbing
- Het verwerven van landbouwgrond in arme landen door kolonisten, (vaak buitenlandse) investeerders en (multinationale) bedrijven waarbij de plaatselijke bevolking gedwongen wordt zijn land af te staan.
- lingua franca
- Taal die op grote schaal als voertaal wordt gebruikt door mensen met verschillende moedertalen.
- lorenzcurve
- Grafische weergave van de ongelijke verdeling van een maatschappelijk verschijnsel, zoals de inkomensverdeling.
- nationalisme
- Politieke ideologie die het eigen land, de eigen inwoners en de eigen nationale identiteit als uitgangspunt neemt.
- neoliberalisme
- Politieke stroming die is gericht op marktwerking, een kleinere overheid, vrijhandel en vrijheid op het gebied van internationale kapitaalstromen.
- oligarchie
- Vorm van overheersing waarbij de macht in handen is van een kleine groep mensen uit de bevoorrechte klasse.
- ontginning
- Verandering van het natuurlandschap om het geschikt te maken voor menselijk gebruik.
- politieke polarisatie
- Het versterken van de tegenstellingen in de politiek, waarbij links en rechts steeds verder uit elkaar komen te liggen.
- populisme
- Politieke stroming die uitgaat van een grote tegenstelling tussen een elite enerzijds en de rest van de bevolking (het volk) anderzijds, en daarbij zegt aan de kant van het volk te staan.
- primaire ontwikkeling
- Terugvallen op de export van grondstoffen na een periode van industrialisatie waarbij relatief meer halffabricaten en eindproducten uitgevoerd worden.
- ruimtelijke ongelijkheid
- Verschillen tussen gebieden, vooral de sociaal-economische verschillen die als onrechtvaardig of ongewenst worden beschouwd.
- ruimtelijke segregatie
- Ruimtelijke scheiding van kansarme en kansrijke (etnische) groepen in een stad of gebied.
- ruraal-urbane migratie
- Migratie van het platteland naar de stad.
- sociale mobiliteit
- Veranderen van sociaal-economische klasse.
- sociale ongelijkheid
- Situatie waarin er verschillen in welvaart en ontwikkelkansen zijn tussen groepen mensen in een gebied.
- tertiairisering
- Proces waarbij het belang van de diensten in de werkgelegenheid en als bijdrage aan het bnp toeneemt.
- verstedelijkingsgraad
- Aandeel van de stedelijke bevolking in de totale bevolking. Heet ook urbanisatiegraad.
- verstedelijkingstempo
- Snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad (per jaar) verandert (in procenten). Heet ook urbanisatietempo.
- VN-Ontwikkelingsindex
- Samengestelde indicator waarin het bnp per inwoner, de mate van scholing en de levensverwachting meeweegt. Heet ook VN-Ontwikkelingsindex.
- zelfbouwbuik
- Wijk waar de bewoners zelf (illegaal) woningen hebben gebouwd. Heet ook favela of informal city.