Spieren en beweging (SE)
Publiek
Woorden in deze lijst (26)
Origineel
- Glad spierweefsel
- Spierweefsel bestaande uit langwerpige spiercellen met elk één celkern, aangestuurd door het autonome zenuwstelsel.
- Spiercellen
- Langwerpige cellen met een celkern waaruit glad spierweefsel is opgebouwd.
- Dwarsgestreept spierweefsel
- Spierweefsel bestaande uit spiervezels met veel celkernen en een microscopisch zichtbaar streeppatroon, aangestuurd door het animale zenuwstelsel.
- Spiervezels
- Vezels in dwarsgestreept spierweefsel die zijn ontstaan door de versmelting van vele spiercellen en daardoor veel celkernen bevatten.
- Skeletspieren
- Dwarsgestreepte spieren die meestal met pezen aan delen van het skelet vastzitten.
- Spierschede
- Een omhulsel van bindweefsel dat een skeletspier omgeeft.
- Pezen
- Bindweefselverbindingen waarmee spieren aan het skelet zijn bevestigd.
- Spierbundel
- Een deel van een skeletspier dat bestaat uit een groep spiervezels omgeven door bindweefsel.
- Spierfibrillen
- Onderdelen van een spiervezel die bestaan uit een groot aantal eiwitdraden.
- Filamenten
- Eiwitdraden in een spierfibril, bestaande uit actine of myosine.
- Actine
- Het eiwit waaruit de dunne filamenten in een spierfibril zijn opgebouwd.
- Myosine
- Het eiwit waaruit de dikke filamenten in een spierfibril zijn opgebouwd.
- Motorische eindplaatjes
- De uiteinden van vertakkingen van een bewegingszenuwcel die impulsen doorgeven aan spiervezels.
- Spiercontractie
- Het samentrekken van een spier doordat actine- en myosinefilamenten in elkaar schuiven.
- Antagonisten
- Spieren waarvan de samentrekking een tegengesteld effect heeft.
- Langzame spiervezels (rode spiervezels)
- Goed doorbloede spiervezels met veel mitochondriën die niet snel vermoeid raken.
- Snelle spiervezels (witte spiervezels)
- Minder doorbloede spiervezels die snel en krachtig kunnen samentrekken maar ook snel vermoeid raken.
- Krachttraining
- Training gericht op het vergroten van de spiermassa en het aantal filamenten in de spiervezels.
- Duurtraining
- Training gericht op het uithoudingsvermogen waarbij vooral de doorbloeding van de spieren toeneemt.
- Uithoudingsvermogen
- Het vermogen om een lichamelijke inspanning gedurende lange tijd vol te houden.
- Warming-up
- Voorbereiding op een training om de bloedsomloop te stimuleren en blessures te voorkomen.
- Coolingdown
- Activiteiten na het sporten om het lichaam tot rust te laten komen en de afvoer van afvalstoffen te bevorderen.
- Doping
- Middelen die worden gebruikt om sportieve prestaties te bevorderen.
- Anabole steroïden
- Middelen die de aanmaak van spierweefsel en rode bloedcellen stimuleren.
- Motorische eenheid
- Een bewegingszenuwcel samen met alle spiervezels die via motorische eindplaatjes met deze zenuwcel in verbinding staan.
- Revalidatie
- Het weer goed leren bewegen na een operatie of ziekte.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–