Katern 5 Samenwerken en risico - 4/5 havo (7e editie) - hoofdstuk 2.1
Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Collectieve sector
- De overheid en de sociale zekerheidsinstellingen.
- Rijksbegroting
- Overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid.
- Miljoenennota
- De toelichting op de rijksbegroting.
- Directe belastingen
- Belastingen over winst, inkomen en vermogen die direct aan de overheid worden afgedragen.
- Indirecte belastingen
- Kostprijsverhogende belastingen die via de aankoop van producten en diensten indirect aan de overheid worden afgedragen.
- Sociale premies
- Premies die geheven worden in verband met de sociale verzekeringen.
- Begrotingssaldo tekort/
overschot - Het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid, een positief verschil levert een begrotingsoverschot, een negatief verschil een begrotingstekort.
- Staatsschuld
- De schuld van de rijksoverheid die op een bepaald tijdstip wordt gemeten.
- Overheidsschuld
- De staatsschuld plus de schulden van lagere overheden.
- Financieringssaldo
- Het saldo van het begrotingstekort minus de aflossingen.
- Publieke schuld
- Een schuld van de overheid.
- Private schuld
- Een schuld van een bedrijf of een gezin.
- Stabiliteits- en groeipact
- Eisen waaraan eurolanden en toetredende landen moeten voldoen om de stabiliteit van de euro te garanderen.
- Staatsschuldquote
- De staatsschuld als percentage van het bbp.
- Begrotingsbeleid
- Het beleid van de regering om via de inkomsten- en uitgavenkant van de rijksbegroting invloed uit te oefenen op de economie.