Eiwitsynthese
Publiek
Woorden in deze lijst (10)
Origineel
- RNA
- Ribonucleïnezuur, een molecuul dat uit één keten van nucleotiden bestaat en informatie van het DNA naar het cytoplasma overbrengt.
- Messenger-RNA (mRNA)
- RNA-molecuul dat de informatie voor de synthese van een eiwit overbrengt naar een ribosoom in het cytoplasma.
- Transcriptie
- Het proces waarbij de nucleotidensequentie van een gen wordt overgeschreven in een mRNA-molecuul.
- Translatie
- Het koppelen van aminozuren tot eiwitten door een ribosoom in een volgorde die wordt bepaald door een mRNA-molecuul.
- Codon
- De code voor één aminozuur, gevormd door de basen van drie opeenvolgende nucleotiden in het mRNA.
- Genetische code
- De vertaling van de nucleotidevolgorde in mRNA naar aminozuren.
- Startcodon
- Het specifieke codon (AUG) waar een ribosoom de translatie van een mRNA-molecuul begint.
- Transfer-RNA (tRNA)
- RNA-moleculen die aminozuren uit het cytoplasma naar het ribosoom vervoeren.
- Stopcodon
- Een codon dat niet voor een aminozuur codeert, waardoor de eiwitsynthese stopt wanneer het ribosoom dit afleest.
- Secretie
- Het afgeven van eiwitten buiten de cel door blaasjes die versmelten met het celmembraan.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–