Maatschappijleer- 3.1 t/m 3.6

Publiek
4keer geoefend
Woorden in deze lijst (87)
Origineel
- Soeverein
- Een staat is soeverein als die op een bepaald, duidelijk begrensd gebied het hoogste gezag uitoefent en het geweldsmonopolie heeft.
- Politiek
- Politiek gaat over het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden.
- Algemeen belang
- Gaat over zaken waar veel mensen nu of later mee te maken krijgen.
- Directe democratie
- Je stemt op belangrijke beslissingen.
- Representatieve democratie
- Daarbij kiest het volk vertegenwoordigers die de beslissingen nemen en aan de bevolking verantwoording moeten afleggen over hun beleid.
- Parlementair stelsel
- In een land met een parlementair stelsel kiest de bevolking via verkiezingen een parlement. Dit parlement is de volksvertegenwoordiging en het hoogste machtsorgaan.
- Constitutionele monarchie
- Een constitutionele monarchie is een staatsvorm waarin een koning of koningin staatshoofd is, maar de macht is vastgelegd in de grondwet en wordt uitgeoefend door regering en parlement.
- Presidentieel stelsel
- De president staat aan het hoofd van de regering, de uitvoerende macht, en kan naar eigen keuze ministers benoemen en ontslaan.
- Parlementaire democratie
- Een parlementaire democratie is een democratie waarin de bevolking via verkiezingen een parlement kiest en waarin de regering verantwoording moet afleggen aan dat parlement.
- Dictatuur
- Een dictatuur is een bestuursvorm waarin één persoon of een kleine groep alle macht heeft en de bevolking weinig tot geen invloed heeft op het bestuur.
- Autoritair regime
- Het basiskenmerk van elk autoritair regime is dat de drie machten - wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht - niet van elkaar gescheiden zijn, maar in handen zijn van een kleine groep mensen.
- Censuur
- Censuur is het controleren en beperken van informatie, zoals media of meningen, door de overheid.
- Ideologie
- Een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste inrichting van de samenleving.
- Links
- Links wil de ongelijkheid verminderen door voldoende sociale voorzieningen te bieden voor mensen die dat nodig hebben, zoals uitkeringen en toeslagen.
- Rechts
- Recht wil juist zo weinig mogelijk bemoeienis van de overheid op sociaaleconomisch gebied: mensen zijn zelf verantwoordelijk voor een beter bestaan.
- Politieke midden
- Zit tussen links en rechts in.
- Liberalisme
- Volgens het liberalisme moet ieder individu zich optimaal kunnen ontplooien: wat goed is voor het individu, is namelijk goed voor de maatschappij.
- Socialisme
- Het socialisme benadrukt dat niet iedereen gelijke mogelijkheden heeft. Vrijheid en gelijkwaardigheid betekenen volgens socialisten pas echt iets als mensen gelijke kansen hebben.
- Communisme
- Communisme is een politieke en economische stroming waarin de productiemiddelen van de staat zijn en iedereen in principe gelijk is.
- Sociaaldemocratie
- Sociaaldemocratie is een linkse politieke stroming die streeft naar gelijkheid en sociale rechtvaardigheid via democratische middelen, met een actieve rol voor de overheid.
- Confessionalisme
- Confessionalisme is een politieke stroming die zich laat leiden door religieuze waarden. Het streeft naar samenwerking en harmonie in de samenleving.
- Christendemocratie
- Christendemocratie is een politieke stroming gebaseerd op christelijke waarden, met aandacht voor gezin, gemeenschap en solidariteit.
- Ontideologisering
- Het verdwijnen van ideologie als leidraad voor hoe de samenleving moet worden ingericht.
- Ecologisme
- Het ecologisme is een politieke stroming die vindt dat de mens onderdeel is van een groter ecosysteem.
- Populisme
- Volksbeweging; politieke beweging die het volk probeert aan te spreken
- Progressief
- Vooruitstrevend, veranderingsgezind en vooral gericht op de toekomst.
- Conservatief
- Behoudend en is gericht op het heden en verleden.
- Reactionair
- Wil dat de situatie van vroeger terugkeert.
- Kosmopolitisch
- Kosmopolitisch betekent dat iemand zich burger van de wereld voelt en niet alleen gebonden is aan zijn eigen land of cultuur.
- Nationalistisch
- Nationalistisch betekent dat iemand sterk hecht aan het eigen land, volk of cultuur, vaak met nadruk op eigen belangen boven internationale samenwerking.
- Politieke partijen
- Bestaat uit een groep mensen met globaal dezelfde ideeën over een ideale samenleving.
- One-issue partijen
- Vertegenwoordigen 1 specifieke doelgroep of kijken vooral naar 1 aspect van de samenleving.
- Niet-democratische partijen
- Standpunten in strijd met rechtsstaat en roepen vaak op tot geweld.
- Zwevende kiezers
- Laten de keuze voor een partij afhangen van het moment.
- Actief kiesrecht
- Het recht om je stem uit te brengen bij een verkiezing.
- Passief kiesrecht
- Het recht om je verkiesbaar te stellen.
- Evenredige vertegenwoordiging
- Alle uitgebrachte stemmen worden verdeeld over het beschikbare aantal zetels.
- Kiesdeler
- De hoeveelheid stemmen die nodig is voor één zetel.
- Kiesdrempel
- Een partij moet dan een minimumpercentage halen om mee te kunnen delen in de zetels.
- Districten- of meerderheidsstelsel
- Een districten- of meerderheidsstelsel is een kiesstelsel waarbij het land is verdeeld in kiesdistricten en in elk district de kandidaat of partij met de meeste stemmen wint.
- Mediacratie
- Een mediacratie is een samenleving of land waarin de media veel invloed hebben op de politiek en besluitvorming, bijvoorbeeld door te bepalen welke onderwerpen aandacht krijgen.
- informatie
- De informateur vraagt wie er samen een kabinet willen vormen.
- Formatie
- Formatie is het proces waarbij na de verkiezingen een nieuwe regering wordt gevormd, meestal door het samenstellen van coalities tussen partijen.
- Coalitie
- Een combinatie van verschillende partijen die samenwerken op bestuurlijk niveau.
- Oppositie
- De oppositie bestaat uit alle partijen in het parlement die niet meedoen in de regering. Ze controleren de regering en geven kritiek op beleid.
- Regeerakkoord
- Bevat de hoofdlijnen van het beleid dat het kabinet de komende jaren wil gaan voeren.
- Demissionair kabinet
- Biedt het hele kabinet zijn ontslag aan, dan komen er vervroegde verkiezingen en blijven de oude ministers in functie totdat er een nieuw kabinet is gevormd.
- Kabinet
- Bestaat uit ministers en staatssecretarissen
- Regering
- Wordt gevormd door de koning en ministers.
- Minister
- Heeft een eigen beleidsterrein, zoals Justitie of Onderwijs.
- Staatssecretaris
- Lid van het kabinet dat verantwoordelijk is voor een deel van het beleidsterrein van de minister.
- Premier
- Voorzitter van de ministerraad. Ook wel minister-president
- Ministeriële verantwoordelijkheid
- De ministers zijn verantwoordelijk voor de politieke daden en politieke uitspraken van de koning.
- Stemrecht
- De Tweede Kamer kan wetsvoorstellen aannemen of verwerpen.
- Recht van amendement
- De Tweede Kamer mag een wetsvoorstel van de minister wijzigen of aanvullen.
- Recht van initiatief
- De leden van de Tweede Kamer mogen zelf een wetsvoorstel indienen.
- Budgetrecht
- Recht van het parlement om uitgaven van de regering goed of af te keuren.
- Recht van motie
- Een verzoek van de Tweede Kamer aan een minister om iets te doen of juist niet te doen.
- Vragenrecht
- Het parlementaire recht om zowel schriftelijke als mondelinge vragen te stellen aan de minister.
- Recht van interpellatie
- Kamerleden mogen een debat aanvragen met een minister of staatssecretaris over een actuele kwestie.
- Recht van onderzoek en enquête
- dit recht geeft de Tweede Kamer de mogelijkheid zelf een onderzoek in te stellen naar de rol van regering en overheid bij kwesties van groot maatschappelijk belang.
- Poldermodel
- Het poldermodel is een manier van samenwerken tussen werkgevers, werknemers en de overheid om problemen op te lossen en afspraken te maken over bijvoorbeeld lonen en werkvoorwaarden.
- Dualisme
- Betekent dat er tussen regering en parlement een duidelijke taakverdeling is die voortvloeit uit het principe van de Trias Politica.
- Systeemtheorie
- Systeemtheorie is een manier om complexe systemen te begrijpen, door te kijken naar de onderlinge verbanden en interacties tussen onderdelen van een systeem.
- Events
- Bij events gaat het om onvoorziene gebeurtenissen, zoals een natuurramp, een staatsgreep of een economische crisis.
- Trends
- Ontwikkelingen die een politicus wel kan zien aankomen.
- Politieke actoren
- Alle individuele burgers, groepen, bestuursorganen en instanties die betrokken zijn bij het politieke besluitvormingsproces.
- Politieke debat
- De wisselwerking tussen de politieke actoren in een democratie.
- Lobbyen
- Via persoonlijk contact proberen steun te krijgen voor je standpunten en belangen.
- Belangengroepen
- komen specifiek op voor de belangen van één bepaalde groep uit de samenleving
- Actiegroepen
- Zijn opgericht om één bepaalde doelstelling te bereiken.
- Subsidiariteitsbeginsel
- Het subsidiariteitsbeginsel betekent dat beslissingen zoveel mogelijk op het laagste passende niveau worden genomen, dus eerst lokaal of regionaal voordat het hoger wordt beslist.
- Provinciale Staten
- Provinciale Staten zijn het parlement van een provincie. Ze worden gekozen door de inwoners van de provincie en controleren het provinciebestuur.
- College van burgermeesters en wethouders
- Het College van burgemeester en wethouders bestuurt een gemeente en voert het beleid uit dat is vastgesteld door de gemeenteraad.
- Decentralisatie
- Het geven van meer macht aan lagere overheden, zoals provincies en gemeenten.
- Soevereiniteit
- Hoogste macht in een staat.
- Europese integratie
- Het streven om in Europa tot meer eenheid te komen.
- Eurozone
- De Eurozone is een groep landen binnen de Europese Unie die de euro als betaalmiddel gebruiken en samenwerken op economisch gebied.
- Supranationaal
- Wat boven de naties staat of uitgaat.
- Intergouvernementeel
- Besluiten kunnen alleen genomen worden met instemming van alle afzonderlijke landen.
- Vetorecht
- Recht om een beslissing tegen te houden, ook al is de meerderheid voor.
- Democratisch tekort
- De invloed van burgers op de besluitvorming is niet zo groot.
- Verenigde Naties
- De Verenigde Naties zijn een internationale organisatie waarin bijna alle landen van de wereld samenwerken om vrede, veiligheid en mensenrechten te bevorderen.
- Algemene Vergadering
- Een bijeenkomst van alle VN-lidstaten.
- Resolutie
- Een besluit waarin een vergadering of overheid haar mening geeft over een kwestie.
- Veiligheidsraad
- De Veiligheidsraad is een onderdeel van de Verenigde Naties dat beslissingen neemt over vrede en veiligheid in de wereld, bijvoorbeeld het sturen van vredesmissies of het opleggen van sancties.
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
- Militair verdrag tussen westerse landen waarin ze afgesproken hebben elkaar te verdedigen en te beschermen als een vijandig land aanvalt. (NAVO)