Het bloedvatenstelsel
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- Slagaders
- Bloedvaten waardoor het bloed van het hart weg stroomt naar de organen toe.
- Arteriolen
- Kleine vertakkingen van de slagaders waarvan de wanden uit glad spierweefsel bestaan om de bloedtoevoer naar weefsels te regelen.
- Vasoconstrictie
- Het vernauwen van bloedvaten door het samentrekken van spierweefsel in de wand.
- Vasodilatatie
- Het verwijden van bloedvaten door het ontspannen van spierweefsel in de wand.
- Haarvaten
- De dunste bloedvaten met een wand van één cellaag dik waardoor uitwisseling van stoffen tussen het bloed en de cellen mogelijk is.
- Venulen
- Kleine bloedvaten die bloed uit de haarvaten opvangen en samenkomen in aders.
- Aders
- Bloedvaten waardoor het bloed vanuit de organen terugstroomt naar het hart.
- Aderkleppen
- Kleppen in de aders die het bloed slechts in één richting doorlaten.
- Kringspiertjes
- Kleine spiertjes aan het begin van een haarvatennet die regelen hoeveel bloed er door een bepaald weefsel stroomt.
- Poortader
- Het bloedvat dat bloed uit de wand van het darmkanaal naar de lever vervoert.
- Bloeddruk
- De druk die het bloed uitoefent op de wand van de bloedvaten.
- Bovendruk
- De maximale druk in de slagaders op het moment dat de hartkamers zich samentrekken.
- Onderdruk
- De minimale druk in de slagaders tijdens de hartpauze.
- Hypertensie
- Een voortdurend hoge bloeddruk die ontstaat als de wanden van de slagaders onvoldoende meeveren.
- Slagaderverkalking
- De afzetting van cholesterol en kalk tegen de wand van bloedvaten, waardoor de elasticiteit vermindert en de vaten vernauwen.
- Trombose
- Een verstopping van een bloedvat die ontstaat door de vorming van een bloedstolsel.
- Hartinfarct
- Het afsterven van een deel van de hartspier doordat een vertakking van een kransslagader verstopt raakt.
- Vaatgeruis
- Het geluid dat hoorbaar is bij een bloeddrukmeting zodra de druk in de manchet gelijk is aan de bovendruk.
- Polsdruk
- Het verschil tussen de systolische druk (bovendruk) en de diastolische druk (onderdruk).
- Baroreceptoren
- Rekgevoelige zintuigcellen in de wand van de halsslagaders en de aorta die veranderingen in de bloeddruk waarnemen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–