BS4

2keer geoefend
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- Soort
- Organismen die in staat zijn zich onderling voort te planten en daarbij vruchtbare nakomelingen voort te brengen.
- Soort bestaat uit…
- 1 of meer populaties.
- Populatie
- Groep individuen van dezelfde soort die leven in een bepaald gebied en zich onderling voortplanten.
- Gene flow
- Uitwisseling van genen tussen verwante populaties door migratie en/of onderlinge voortplanting.
- Genenpool
- Verzameling van alle genen in de populatie, oftewel alle allelen van alle individuen in die populatie.
- Allelfrequentie
- Hoe vaak een allel in de populatie voorkomt. De allelfrequentie ligt tussen de waarden 0 en 1.
- Seksuele selectie
- Eigenschappen van seksuele partners beïnvloeden hun voortplantingskans.
- Kunstmatige selectie
- Overlevingskansen spelen geen rol in de voortplantingskans, alleen de wensen van mensen.
- Micro-evolutie
- Veranderingen in allel frequenties in een populatie.
- Macro-evolutie
- Het ontstaan van nieuwe soorten.
- Co-evolutie
- Wanneer een evoluerende soort een andere soort beïnvloed om ook te gaan evolueren.
- Inteelt
- Individuen die een recente gemeenschappelijke voorouder hebben, paren met elkaar. Als de parende individuen allebei een recessief gemuteerd gen van de voorouders hebben gekregen, kan dit gen bij de nakomelingen tot uiting komen.
- Genetic drift.
- Verschijnsel dat in kleine populaties grote verschuivingen in allelfrequenties kunnen optreden.
- Het flessenhalseffect (bottleneck)
- Sterke afname van het aantal individuen van een populatie door een gebeurtenis (vaak een natuurramp), waardoor genetic drift kan optreden.
- Het founderseffect (stichterseffect)
- Vesteging van een klein deel van een populatie in een nieuw gebied, waardoor genetic drift kan optreden.
- Allel
- Bepaalde variant van een gen.