1. Het Amerikaans-Mexicaanse grensgebied
Publiek
Woorden in deze lijst (44)
Origineel
- assemblagebedrijven
- Bedrijven die halffabricaten of eindproducten maken van onderdelen die elders zijn geproduceerd.
- beroepsbevolking
- Het aantal mensen in een land dat kan en wil werken in de leeftijd van 15-65 jaar.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddeld aantal inwoners per km².
- bevolkingsgroei
- De toename van de bevolking in een land of gebied.
- bevolkingsspreiding
- De verdeling van de bevolking over een gebied.
- bruto binnenlands product (bbp)
- De waarde van alle goederen en diensten die in een jaar in een land worden geproduceerd.
- centrum
- Het land of gebied met de meeste rijkdom en macht.
- cultuur
- Datgene wat een groep mensen gemeenschappelijk heeft aan waarden, gewoonten en opvattingen.
- draagkracht
- Het vermogen van de aarde om duurzaam aan de behoeften van de mens te voldoen, zonder dat dit ten koste gaat van het milieu.
- dubbelstad
- Twee steden, of twee delen van een stad, die gescheiden worden door een grens of rivier.
- ecologische voetafdruk
- De ruimte die mensen nodig hebben om alles wat ze gebruiken te produceren en al het afval dat ze maken te verwerken.
- etnische groep
- Een groep die door afkomst een cultuur en identiteit deelt.
- etnische spanningen
- Spanningen tussen diverse culturele bevolkingsgroepen met een andere afkomst.
- formele sector
- Economische sector waarin mensen werken in een officiële baan met een contract en met een loon waarover belasting wordt betaald.
- geldzendingen
- Geld dat migranten naar familie in hun land van herkomst sturen.
- gemiddeld inkomen
- Het totale inkomen van een land, gedeeld door het aantal inwoners.
- grensregio
- Het gebied dat aan weerszijden van de grens ligt.
- handelsblok
- Een groep landen waarbinnen de handel geliberaliseerd is.
- hispanics
- Inwoners van de Verenigde Staten die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Midden- en Zuid-Amerika.
- identiteit
- Het geheel van culturele kenmerken van een groep.
- illegale migratie
- Het verhuizen naar een ander land zonder toestemming van de overheid.
- informele sector
- Economische sector waarin mensen werk doen waarvoor ze meestal geen vergunning van de overheid hebben en waarover geen belasting wordt betaald.
- internationale arbeidsverdeling
- De verdeling van 'taken' in de wereld tussen landen die grondstoffen en agrarische producten leveren aan landen die daar met veel kennis en kapitaal industrieproducten van maken.
- koopkracht
- De hoeveelheid goederen of diensten die je voor een bepaald bedrag kunt kopen.
- leeftijdsopbouw
- De verdeling van de bevolking over leeftijdsgroepen.
- legale migratie
- Het verhuizen naar een ander land met toestemming van de overheid.
- liberalisering
- Het afschaffen van strengere regels en hogere belastingen voor buitenlandse producten en diensten.
- opkomende economie
- Een (semi)perifeer land waarvan de economie en het bbp snel groeien.
- periferie
- Arm, achtergebleven gebied dat afhankelijk is van het centrum.
- protectie
- Maatregelen van de overheid om eigen bedrijven te beschermen.
- pullfactoren
- Redenen om naar een gebied toe te gaan.
- pushfactoren
- Redenen om te vertrekken uit een gebied.
- regionale ongelijkheid
- (Economische) verschillen tussen regio's binnen een land.
- ruimtelijke verschillen
- Verschillen in de wijze van inrichting en gebruik van de beschikbare ruimte in een gebied.
- semiperiferie
- Gebied dat tussen het centrum en de periferie valt.
- sociale verschillen
- Verschillen in welvaart, woonomstandigheden en gezondheid.
- subsidies
- Geldsteun van de overheid aan bedrijven.
- verdringing op de arbeidsmarkt
- Het innemen van banen van de bestaande bevolking door migranten.
- verstedelijking
- De groei van stedelijke gebieden doordat mensen van het platteland naar de stad trekken.
- voorzieningen
- Middelen om in een behoefte te voorzien, zoals water, onderwijs en gezondheidszorg.
- vrijhandel
- Vrij verkeer van goederen en diensten tussen verschillende landen.
- vrijhandelszone
- Speciaal gebied waarin een andere handelswetgeving van kracht is dan in de rest van het land.
- Wereldhandelsorganisatie (WTO)
- Organisatie van 164 landen met als doel de vrijhandel te bevorderen en handelsconflicten op te lossen.
- werkgelegenheid
- Het aantal banen dat beschikbaar is voor de beroepsbevolking in een land.