De Geo - Leerboek - 1 havo/vwo (Editie 2022) - Natuurrampen in Japan - Begrippen
Publiek
Woorden in deze lijst (46)
Origineel
- Aardbeving
- Schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst door de werking van endogene krachten.
- Aardkorst
- Dunne laag gesteente om de aarde, met een dikte van gemiddeld 8 km onder oceanen en 35 km onder continenten.
- Breuk
- Barst of scheur in de aardkorst.
- Caldeira
- Zeer grote vulkaankrater die is ontstaan door het instorten van het dak van een leeggelopen magmakamer.
- Caldeiravulkaan
- Oude vulkaan met een grote, kilometersbrede krater door het leeglopen van de magmakamer waardoor het dak ervan is ingestort.
- Cirkeldiagram
- Diagram dat de verdeling van een verschijnsel weergeeft.
- Continentale plaat
- Plaat die bestaat uit een groot landoppervlak.
- Convectiestroom
- Stroming van het gesmolten gesteente onder de aardkorst binnen in de aarde.
- Convergentie
- Het naar elkaar toe drijven van platen.
- Divergentie
- Het uit elkaar drijven van platen.
- Endogene kracht
- Kracht die van binnenuit de aardkorst verandert.
- Epicentrum
- Het punt waar de aardbeving aan de aardoppervlakte komt, direct boven het hypocentrum.
- Eruptie
- Vulkaanuitbarsting.
- Evacueren
- Een gebied verlaten omdat het er niet meer veilig is.
- Exogene kracht
- Kracht die van buitenaf de aardkorst verandert.
- Geothermie
- Aardwarmte.
- Gloedwolk
- Zie pyroclastische stroom.
- Hazard management
- Beleid om schade bij natuurrampen te voorkomen.
- Hot spring
- Bron die ontstaat door de geothermische verwarming van grondwater. Heet ook hot spring.
- Hypocentrum
- Plaats diep in de aardkorst waar de aardbeving begint (aardbevingshaard).
- Krater
- Groot gat met steile wanden dat ontstaat tijdens een vulkaanuitbarsting.
- Kratermeer
- Meer dat is ontstaan door het vollopen van een krater.
- Lava
- Magma dat door de aardkorst naar buiten is gestroomd.
- Magma
- Heet, vloeibaar gesteente binnen in de aarde.
- Magmakamer
- Ruimte in een vulkaan die gevuld is met magma.
- Mid-oceanische rug
- Langgerekte bergrug onder in de zee, ontstaan doordat magma bij het uit elkaar drijven van oceanische platen naar boven komt.
- Natuurramp
- Ramp veroorzaakt door de natuur met veel slachtoffers en grote schade.
- Oceanische plaat
- Plaat die bestaat uit een groot zeeoppervlak (oceaan).
- Plaat
- Stuk van de aardkorst. Heet ook schol.
- Postvulkanisch verschijnsel
- Vulkanisch verschijnsel dat voorkomt bij een vulkaan die niet meer actief is.
- Pyroclastische stroom
- Hete gassen vermengd met stenen en as die bij een vulkaanuitbarsting de helling afrazen. Heet ook gloedwolk.
- Reliƫf
- Hoogteverschillen in het landschap.
- Schaal van Richter
- Schaal waarmee de kracht van een aardbeving wordt aangegeven.
- Schaalniveau
- De schaal waarop je naar de wereld kijkt: lokaal, regionaal, nationaal, continentaal of mondiaal.
- Schildvulkaan
- Lage, brede vulkaan met flauwe hellingen.
- Schol
- Stuk van de aardkorst. Heet ook schol.
- Seismoloog
- Wetenschapper die zich bezighoudt met het bestuderen van aardbevingen.
- Stratovulkaan
- Vulkaan met steile hellingen die opgebouwd is uit lagen lava en pyroclastisch materiaal.
- Subductie
- Het wegduiken van een oceanische plaat onder een continentale plaat.
- Transforme beweging
- Het langs elkaar bewegen van platen.
- Trog
- Diepe kloof onder in de zee, ontstaan door subductie van een oceanische plaat.
- Tsunami
- Hoge vloedgolf op zee die de kust overspoelt en die wordt veroorzaakt door een zeebeving.
- Tufsteen
- Vrij zachte steensoort die bestaat uit aan elkaar gekitte vulkanische as.
- Vulkaan
- Berg die is ontstaan door het naar buiten stromen van lava.
- Warmwaterbron
- Bron die ontstaat door de geothermische verwarming van grondwater. Heet ook hot spring.
- Zeebeving
- Aardbeving waarvan het hypocentrum in de zee ligt.