2. Weer en klimaat
Publiek
Woorden in deze lijst (26)
Origineel
- A-klimaat (tropischklimaat)
- Warm klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur van de koudste maand niet lager is dan 18 °C.
- aanlandige wind
- Wind die van zee naar land waait.
- aardas
- Denkbeeldige lijn dwars door de aarde tussen de Noordpool en de Zuidpool.
- aflandige wind
- Wind die van land naar zee waait.
- atmosfeer (dampkring)
- De luchtlaag rondom de aarde van ongeveer tien kilometer dik.
- B-klimaat (droogklimaat)
- Klimaat met een neerslag van minder dan vijfhonderd millimeter per jaar.
- broeikaseffect
- Het vasthouden van de warmte op aarde door broeikasgassen (bijvoorbeeld koolstofdioxide) in de atmosfeer.
- C-klimaat (gematigdzeeklimaat)
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur van de warmste maand hoger is dan 10 °C en de gemiddelde temperatuur van de koudste maand tussen –3 °C en 18 °C ligt.
- Celsius
- Temperatuurschaal gebaseerd op het vriespunt (0°) en het kookpunt van water (100°).
- condensatie
- Gasvormig waterdamp verandert in vloeibare waterdruppels.
- D-klimaat (landklimaat)
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur van de koudste maand lager is dan –3 °C en de gemiddelde temperatuur van de warmste maand hoger is dan 10 °C.
- E-klimaat (poolklimaat)
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur van de warmste maand nooit boven 10 °C komt.
- Fahrenheit
- Temperatuurschaal in de VS gebaseerd op het vriespunt (32°) en het kookpunt (212°) van water.
- klimaat
- Het gemiddelde weer (temperatuur en neerslag) van een groot gebied gemeten over dertig jaar.
- klimaatgrafiek
- Grafiek van een plaats met de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag voor alle twaalf maanden van het jaar.
- klimaatsysteem van Köppen
- Een systeem van de bioloog Köppen om de klimaatgroepen in te delen op basis van temperatuur en neerslag.
- koudfront
- Koude lucht schuift onder een gebied met warme lucht waardoor er (plens)buien vallen.
- lijzijde
- Droge kant van een berg.
- loefzijde
- Kant van een berg waar de wind vandaan komt en de wolken hun neerslag laten vallen.
- neerslag
- Water dat uit de wolken op aarde valt als regen, sneeuw of hagel.
- poolcirkel
- Breedtecirkel op 66,5° noorderbreedte of zuiderbreedte.
- stijgingsneerslag
- Neerslag rond de evenaar doordat er veel water verdampt en de lucht zo warm is dat hij veel kan opstijgen.
- stuwingsneerslag
- Neerslag die ontstaat als lucht met veel waterdamp tegen een berghelling wordt opgeduwd.
- warmtefront
- Warme lucht schuift over een gebied met koude lucht waardoor het langdurig regent.
- weer
- Toestand van de atmosfeer (temperatuur, neerslag, wind en zonneschijn) op een bepaald moment en op een bepaalde plaats.
- zeestroom
- Verplaatsing van water in oceanen en zeeën.