Economie Begrippenlijst H1

Publiek
9
Woorden in deze lijst (33)
Origineel
- alternatief aanwendbaar
- De middelen (producten, geld of tijd) kunnen voor verschillende zaken gebruikt worden.
- bindende afspraak
- Een afspraak waar je (juridisch) niet van af kunt of niet onderuit kunt. In de speltheorie: men heeft van tevoren afgesproken een bepaalde strategie te volgen.
- budget
- Het (geld)bedrag dat je kunt besteden.
- budgetlijn
- Een budgetlijn geeft verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden aan bij een bepaald budget (bijvoorbeeld vrije uren of werken).
- budgetvergelijking
- De formule die de mogelijke combinaties laat zien die je met een budget hebt.
- consumptie
- Het kopen van goederen en diensten door gezinnen.
- coöperatief spelen
- Samenwerken. Spelen met het gezamenlijk beste resultaat voor ogen.
- dominante strategie
- De strategie die het beste resultaat oplevert, ongeacht de keuze van de andere speler(s).
- gevangenendilemma
- Een speltheoretische situatie waarbij twee spelers een dominante strategie hebben, maar waarbij het Nash-evenwicht suboptimaal is.
- herhaald simultaan spel
- Een simultaan spel, zoals een gevangenendilemma, dat vaker wordt gespeeld.
- individuele prijs van tijd
- Het nadeel dat iemand ervaart van uitstel van consumptie.
- intertemporele budgetlijn
- Budgetlijn waarmee weergegeven wordt hoe de beslissing om te ruilen over de tijd van invloed is op de huidige en de toekomstige consumptiemogelijkheden.
- marktprijs van tijd
- De rente op een bepaald moment. Deze vertegenwoordigt de opbrengst (bij sparen) of de kosten (bij lenen) van ruilen over de tijd.
- meeliftersgedrag
- (= free-ridergedrag) Profiteren van de inspanningen van anderen.
- menselijk kapitaal
- Het geheel aan kennis, ervaring en vaardigheden van een persoon.
- Nash-evenwicht
- De uitkomst van een spel waarbij geen van de spelers zich kan verbeteren gegeven de keuze van de andere speler(s).
- niet-coöperatieve strategie
- Strategie waarbij spelers niet samenwerken, maar elkaar beconcurreren. Spelen met het persoonlijk beste resultaat voor ogen.
- opofferingskosten
- De gemiste netto baten van het beste, niet gekozen, alternatief.
- oppotmiddel
- Middel dat ons in staat stelt om later te kunnen besteden.
- pay-off
- Resultaat of opbrengst (bijvoorbeeld winst, omzet of tijd).
- pay-off matrix
- (= resultatenmatrix) Een tabel waarin de pay-off van elke strategie voor iedere speler is weergegeven.
- rekenmiddel
- Een middel waarmee je de waarde van dingen met elkaar kunt vergelijken.
- ruilen over de tijd
- (= intertemporele ruil) Consumptie van nu verschuiven naar consumptie in de toekomst of omgekeerd.
- ruilmiddel
- Een middel dat je gebruikt om te ruilen/
betalen. - schaarse goederen
- Goederen of diensten waarvoor een offer of inspanning moet worden geleverd om het product te maken.
- schaarste
- De spanning tussen behoeften en middelen.
- simultaan spel
- Een speler beslist zonder te weten wat de andere speler heeft gekozen. De spelers kiezen gelijktijdig.
- stroomgrootheden
- Een grootheid die wordt gemeten over een bepaalde periode.
- tijdsvoorkeur
- De voorkeur van huidige consumptie boven toekomstige consumptie.
- tijdvoorkeur
- De voorkeur van huidige consumptie boven toekomstige consumptie.
- verdiencapaciteit
- Het bedrag dat iemand maximaal kan verdienen.
- voorraadgrootheid
- Een grootheid die wordt gemeten op een bepaald moment.
- vrije goederen
- Goederen waar geen schaarse middelen voor worden opgeofferd.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–