apprendre 4.3
Publiek
2keer geoefend
Woorden in deze lijst (34)
Origineel
- devoir
- moeten
- je dois
- ik moet
- tu dois
- jij moet
- il doit
- hij moet
- elle doit
- zij moet
- on doit
- wij moeten, men moet
- nous devons
- wij moeten
- vous devez
- jullie moeten, u moet
- ils doivent
- zij moeten (m)
- elles doivent
- zij moeten (v)
- j'ai dû
- ik heb (ge)moeten
- je devais
- ik moest
- je devrai
- ik zal moeten
- je devrais
- ik zou moeten
- Si tu veux progresser, il faut prendre des cours.
- Als je vooruit wilt gaan, moet je lessen nemen.
- L'artiste a dû choisir une autre chanson.
- De artiest heeft een ander liedje moeten kiezen.
- recevoir
- ontvangen, krijgen
- je reçois
- ik ontvang, ik krijg
- tu reçois
- jij ontvangt, jij krijgt
- il reçoit
- hij ontvangt, hij krijgt
- elle reçoit
- zij ontvangt, zij krijgt
- on reçoit
- wij ontvangen, wij krijgen, men ontvangt, men krijgt
- nous recevons
- wij ontvangen, wij krijgen
- vous recevez
- jullie ontvangen, jullie krijgen, u ontvangt, u krijgt
- ils reçoivent
- zij ontvangen, zij krijgen (m)
- elles reçoivent
- zij ontvangen, zij krijgen (v)
- j'ai reçu
- ik heb ontvangen, ik heb gekregen
- je recevais
- ik ontving, ik kreeg
- je recevrai
- ik zal ontvangen, ik zal krijgen
- je recevrais
- ik zou ontvangen, ik zou krijgen
- Vous devez écouter votre moniteur.
- Jullie moeten naar jullie instructeur luisteren.
- Nous devions contrôler le matériel.
- We moesten het materiaal controleren.
- L'étudiant recevra une mention d'honneur.
- De student zal een eervolle vermelding krijgen.
- Il a reçu un mail du professeur.
- Hij heeft een e-mail van de docent gekregen.