Voortgezette assimilatie
Publiek
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- Voortgezette assimilatie
- Het proces waarbij glucose als grondstof dient voor de vorming van andere organische stoffen, zoals koolhydraten, vetten en eiwitten.
- Koolhydraten
- Moleculen opgebouwd uit koolstof, waterstof en zuurstof die in de cel dienen als bouwstof, brandstof en reservestof.
- Monosachariden
- Enkelvoudige suikers die vijf of zes C-atomen bevatten, zoals glucose, galactose en fructose.
- Disacharide
- Een suikermolecuul dat ontstaat wanneer twee monosachariden zich met elkaar verbinden, zoals maltose, lactose of sacharose.
- Polysachariden
- Koolhydraten die bestaan uit lange ketens van glucosemoleculen.
- Zetmeel
- Een polysacharide die in plantaardige cellen wordt opgebouwd als reservestof en tijdelijk wordt opgeslagen in bladgroenkorrels.
- Glycogeen
- Een sterk vertakte polysacharide die bij dieren als reservestof wordt gevormd in de lever en in spieren.
- Cellulose
- Een polysacharide die het hoofdbestanddeel vormt van de celwanden van planten en zorgt voor stevigheid.
- Eiwitten
- Moleculen die bestaan uit ketens van aminozuren waarvan de specifieke vorm bepalend is voor de functie.
- Aminozuur
- De bouwsteen van eiwitten, bestaande uit een centraal C-atoom met een aminogroep, een carboxygroep, een H-atoom en een restgroep.
- Primaire structuur
- De volgorde en typen aminozuren waaruit een eiwitmolecuul is opgebouwd.
- Secundaire structuur
- De stabiele spiraalvorm (helix) van een eiwitmolecuul.
- Tertiaire structuur
- De specifieke ruimtelijke vorm die ontstaat doordat de spiraalstructuur van een eiwit op een bepaalde manier wordt opgevouwen.
- Quaternaire structuur
- De manier waarop meerdere polypeptideketens samen één eiwit vormen.
- Vetten
- Organische stoffen die dienen als bouwstof in membranen, brandstof, reservestof en warmte-isolator.
- Triglyceriden
- Vetten die worden gevormd door de binding van drie vetzuurmoleculen aan één glycerolmolecuul.
- Glycerol
- Een molecuul met drie C-atomen waaraan drie OH-groepen zijn gebonden, dat een onderdeel vormt van vetten.
- Vetzuren
- Lange ketens van CH2-groepen met een carboxygroep die hydrofoob zijn.
- Hydrofoob
- Waterafstotend, waardoor een stof niet oplost in water.
- Fosfolipiden
- Vetten waarbij één vetzuur is vervangen door een fosfaatgroep, essentieel voor de opbouw van celmembranen.
- Hydrofiel
- Waterminnend, zoals de kop van een fosfolipidemolecuul.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–