De Nederlandse Opstand
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- Soevereiniteit
- De hoogste macht in een staat, in dit geval van de graaf of hertog over een gewest.
- De Staten
- Het bestuur van een gewest waarin vertegenwoordigers van de steden, de adel en de geestelijkheid zitting hadden.
- Stadhouder
- De plaatsvervanger van de vorst in een gewest.
- Landvoogd
- De plaatsvervanger van de vorst die de Nederlanden bestuurde vanuit Brussel als de vorst zelf niet aanwezig was.
- Centralisatie
- Het streven van een vorst naar een bestuur met centrale wetten die in het hele land geldig zijn.
- Hagenpreek
- Een protestantse kerkdienst die in de openlucht, buiten de stadsmuren, werd gehouden.
- Beeldenstorm
- De vernieling van heiligenbeelden en versieringen in katholieke kerken en kloosters door protestanten in 1566.
- Terreur
- Een manier van besturen waarbij de overheid de onderdanen met geweld bang maakt om hen gehoorzaam te houden, ook wel schrikbewind genoemd.
- Nederlandse Opstand
- De strijd van de Nederlanders tegen de Spaanse koning Filips II die in 1568 begon, ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd.
- Geuzen
- De naam die de opstandelingen in de Nederlanden als erenaam gebruikten.
- Watergeuzen
- Opstandelingen die met een vloot vanaf zee de Spanjaarden bevochten.
- Unie van Utrecht
- Een verbond uit 1579 waarin opstandige gewesten en steden afspraken om zich samen te verdedigen tegen de Spanjaarden.
- Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- De onafhankelijke Nederlandse staat die in 1588 ontstond toen de noordelijke gewesten officieel verder gingen zonder vorst.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–