Examenidioom SE 2B: veel voorkomende vragen & formuleringen
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (30)
Origineel
- Was geht aus der Einleitung hervor?
- Wat blijkt uit de inleiding?
- Was ist das Thema des 4. Absatz?
- Wat is het thema van de 4e alinea?
- Was wird damit angedeutet?
- Wat wordt daarmee aangeduid?
- Was wird hier ausgesagt?
- Wat wordt hier bedoeld?
- Was bedeutet...
- Wat betekent...
- Was wird hier behauptet?
- Wat wordt hier beweerd?
- Welche Behauptung ist richtig?
- Welke bewering is juist?
- Was sollen die Beispiele deutlich machen?
- Wat moeten de voorbeelden duidelijk maken?
- Worauf bezieht sich die Aussage?
- Waar heeft de uitspraak betrekking op
- Was wird aus diesem Satz deutlich?
- Wat wordt uit deze zin duidelijk?
- Was kann man zwischen ... und ... einfügen?
- Wat kan men tussen ... en ... invoegen?
- Durch welches Wort kann man ... ersetzen?
- Door welk woord kan men ... vervangen?
- Womit fängt der 4. Absatz an?
- Waarmee begint de 4e alinea?
- Welche Funktion hat Absatz 4?
- Welke functie heeft alinea 4?
- Was geht aus Absatz 4 hervor?
- Wat blijkt uit alinea 4?
- Was ist gemeint mit... ?
- Wat wordt bedoeld met...?
- Was ist der Hauptgedanke... ?
- Wat is de hoofdgedachte?
- Was ist der Verfasser im Bezug auf?
- Wat zegt de auteur met betrekking tot...
- Was wird aus dem Absatz klar?
- Wat wordt er uit deze alinea duidelijk?
- Was wird in diesem Satz mitgeteilt?
- Wat wordt er in deze zin meegedeeld?
- ... in die Lücke in Absatz 5?
- ... op de open plaats in alinea 5?
- Wie verhalten sich die Sätze zueinander?
- Wat is het verband tussen de zinnen?
- Was kann man schließen aus... ?
- Wat kun je opmaken uit...?
- Welche Aussagen stimmen überein?
- Welke uitspraken komen overeen?
- Welche Überschrift passt zum Thema?
- Welke titel past bij het thema?
- Was macht der Verfasser deutlich?
- Wat maakt de auteur duidelijk?
- Was ist der Kern dieser Zeilen?
- Wat is de kern van de zinnen?
- Was ist das Ziel dieses Absatzes?
- Wat is het doel van de alinea?
- Was ist der Unterschied zwischen...?
- Wat is het verschil tussen...?
- Welche Aussage trifft auf Absatz 1 zu?
- Welke uitspraak is van toepassing op alinea 1?