1 VWO/GYMNASIUM (MAX 2019) - Hoofdstuk 2 Weer en Klimaat
Publiek
Woorden in deze lijst (32)
Origineel
- A-klimaat/
tropisch klimaat - Warm en vochtig klimaat. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C.
- aanlandige wind
- Wind die van de zee naar land waait.
- aardas
- Denkbeeldige lijn dwars door de aardbol, van de Noordpool naar de Zuidpool.
- aflandige wind
- Wind die van land naar zee waait.
- atmosfeer
- Laag gassen om de aarde, ook bekend als de dampkring.
- B-klimaat/
droog klimaat - Klimaat met weinig neerslag waardoor er weinig of bijna niets kan groeien.
- breedteligging
- De afstand tot de evenaar, uitgedrukt in graden noorderbreedte (NB) of zuiderbreedte (ZB).
- broeikaseffect
- Het vasthouden van de door de aarde uitgestraalde warmte door koolstofdioxide in de atmosfeer.
- C-klimaat/
gematigd zeeklimaat - Gematigd zeeklimaat met zachte winters. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand ligt tussen –3 °C en 18 °C, de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C.
- Celsius
- Temperatuurschaal gebaseerd op het vriespunt en kookpunt van water.
- condensatie
- Proces waarbij gas in een vloeistof verandert. Bijvoorbeeld: waterdamp wordt water.
- D-klimaat/
landklimaat - Klimaat met hete zomers en koude winters. De gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan –3 °C, de gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C.
- E-klimaat/
poolklimaat - Zeer koud klimaat. De gemiddelde temperatuur van de warmste maand is nooit hoger dan 10 °C.
- Fahrenheit
- Temperatuurschaal waarbij het kookpunt van water ligt op 212 °F en het vriespunt van water op 32 °F.
- front
- Grensvlak tussen warme en koude lucht.
- frontale neerslag
- Neerslag die ontstaat doordat lucht omhoog geduwd wordt bij een botsing van koude en warme lucht.
- hogedrukgebied
- In een hogedrukgebied zitten veel luchtdeeltjes op elkaar. Die luchtdeeltjes drukken op de aarde, er is dan sprake van dalende lucht.
- invalshoek
- De hoek tussen zonnestralen en aardoppervlak.
- keerkring
- Breedtecirkel op 23,5° ten noorden en ten zuiden van de evenaar, waar de zon nog recht boven je hoofd kan staan.
- klimaat
- Het gemiddelde weer van een groot gebied gemeten over dertig jaar.
- klimaatgrafiek
- Grafiek van een plaats waarin de gemiddelde neerslag in een staafgrafiek en de gemiddelde temperatuur in een lijngrafiek staan afgebeeld.
- klimaatsysteem van Köppen
- Indeling in klimaatsgroepen op basis van gemiddelde temperatuur en neerslag.
- lagedrukgebied
- In een lagedrukgebied zitten weinig luchtdeeltjes op elkaar. Er drukken maar weinig luchtdeeltjes op de aarde, er is dan sprake van stijgende lucht.
- lijzijde
- Kant van een gebergte waar de lucht daalt (de droge kant).
- loefzijde
- Kant van een gebergte waar lucht gedwongen wordt te stijgen (de natte kant).
- luchtstreek
- Temperatuurzone op aarde die is afgegrensd op basis van een bepaalde gemiddelde temperatuur.
- neerslag
- Water dat uit de wolken op aarde valt in de vorm van regen, sneeuw of hagel.
- poolcirkel
- Breedtecirkel op 66,5° ten noorden en ten zuiden van de evenaar waarboven de zon minstens een dag per jaar niet ondergaat.
- stijgingsneerslag
- Neerslag die ontstaat doordat lucht bij hoge temperaturen opstijgt.
- stuwingsneerslag
- Neerslag die ontstaat als lucht met veel waterdamp tegen een berghelling opstijgt.
- weer
- Toestand van de atmosfeer (temperatuur, neerslag, wind en zonneschijn) op een bepaald moment en op een bepaalde plaats.
- zeestroom
- Beweging van grote hoeveelheden water in de oceanen en zeeën, vooral veroorzaakt door temperatuurverschillen.