Sociaal gedrag bij dieren
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- Sociaal gedrag
- Gedrag van soortgenoten ten opzichte van elkaar.
- Solitair
- Levenswijze waarbij individuen van een soort onafhankelijk van elkaar leven.
- Monogaam
- Samenlevingsvorm waarbij paren worden gevormd voor één of meer seizoenen of zelfs voor het leven.
- Signalen
- Handelingen bij sociaal gedrag die als prikkel dienen voor een handeling van een soortgenoot.
- Rangorde
- Een volgorde binnen een populatie van dominant naar minst dominant, die dient om conflicten te voorkomen.
- Pikorde
- De rangorde bij kippen.
- Dreiggedrag
- Gedrag dat wordt vertoond om een conflict te beëindigen zonder dat er een echt gevecht plaatsvindt.
- Imponeergedrag
- Gedrag waarbij een dier zich zo groot en indrukwekkend mogelijk maakt tegenover soortgenoten.
- Verzoeningsgedrag
- Een signaal van een ondergeschikt dier waardoor de agressie van een dominant dier afneemt.
- Territoriumgedrag
- Gedrag waarmee een individu zijn gebied verdedigt tegen binnendringende soortgenoten.
- Conflictgedrag
- Gedrag dat ontstaat als voor meerdere gedragssystemen een even sterke motivatie bestaat.
- Overspronggedrag
- Conflictgedrag waarbij gedrag uit een derde, niet-relevant gedragssysteem wordt vertoond.
- Baltsgedrag
- Gedrag bestaande uit een aantal kenmerkende signalen die een gedragsketen vormen om de bereidheid tot paren te vergroten.
- Bronst
- De periode van paringsbereidheid bij zoogdieren.
- Paringsgedrag
- Het gedrag dat dieren laten zien tijdens de paring.
- Broedzorg
- Het verzorgen van eieren en nakomelingen.
- Zoogperiode
- De tijd na de geboorte waarin de jongen melk drinken bij hun moeder.
- Matriarchale samenleving
- Een samenleving waarin de vrouwen de baas zijn.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–