woordenlijst gs
Publiek
0
Woorden in deze lijst (49)
Origineel
- Aanzien
- Je hebt dit als andere mensen tegen je opkijken.
- Adel /
edelen - Groep van grootgrondbezitters met voorrechten, die ook wel de Tweede Stand genoemd wordt.
- Ambassadeur
- Iemand die de regering van zijn land vertegenwoordigt in een ander land.
- Ambtenaar
- Iemand die werkt in dienst van een staat.
- Aristocratie
- Regering door de besten/
edelen. - Ballingschap
- Gedwongen verblijf buiten je eigen land, waarnaar je niet kunt terugkeren.
- Belasting
- Verplichte geldbetaling aan de regering om te financieren wat een land nodig heeft.
- Burcht
- Versterkte plaats, meestal met een omheining of ommuring. Woonplaats van een edele.
- Burger
- Iemand die volop meetelt als lid van een samenleving en gelijkwaardig is aan andere leden van die samenleving.
- Burgeroorlog
- Onderlinge oorlog tussen de inwoners van één land.
- Cultuur
- Alles wat te maken heeft met wat mensen bedenken, waar ze in geloven, wat hun gewoonten zijn en wat ze mooi of lelijk vinden.
- Democratie
- Regering door het volk.
- Emir
- Aanvoerder van een stam in een islamitisch land, vaak een vorst die onder leiding van een kalief regeerde over zijn volk.
- Feodale versnippering
- Het uiteenvallen van een land omdat volgelingen in een leenstelsel hun eigen gang gingen en deden alsof hun leen hun eigendom was.
- Feodaliteit /
leenstelsel - Een land besturen met volgelingen die trouw zweren aan een vorst/
koning en daarvoor in ruil een stuk land in leen krijgen. - Geweld
- Gebruik van sterke kracht die iemand anders kwaad doet of schade veroorzaakt.
- Gouverneur
- Bestuurder die namens de regering een provincie of kolonie bestuurt.
- Graaf
- Edele die bestuurder was van een provincie tijdens het leenstelsel.
- Handhaven
- Zorgen dat iets volgens de regels gaat en verloopt.
- Hertog
- Aanvoerder van een stam of volk die volgeling werd van een koning en daardoor zijn gebied (hertogdom) als leen van de koning ging beschouwen.
- Horige
- Onvrije boer die bij een domein hoort en die onderhorig is aan een heer.
- Kalief
- In een islamitisch land: machthebber die zegt opvolger te zijn van de profeet Mohammed.
- Keizer
- Hoogste vorst van een groot rijk, bijvoorbeeld het Romeinse of Chinese Rijk.
- Klooster
- Groot gebouw of gebouwencomplex waarin monniken of nonnen samenwonen.
- Koning
- Vorst die zijn macht doorgeeft als erfenis.
- Leen
- Stuk land dat een volgeling in ruil voor zijn trouw aan een vorst kreeg toegewezen om daarvan te leven.
- Macht
- Vermogen om anderen te laten doen wat jij wilt, ook als ze dat uit zichzelf niet willen.
- Monarchie
- Regering door een vorst of koning die zijn macht doorgeeft als erfenis.
- Onderdanig /
onderdaan - Bewoner van een land waarin een vorst regeert, iemand die moet gehoorzamen aan de macht van een vorst.
- Opstand
- Groot oproer met de bedoeling om het bestuur of de regering af te zetten.
- Paus
- Het hoofd van de rooms-katholieke kerk met als woonplaats Rome.
- Polis
- Grieks voor stadsstaat.
- Politicus
- Iemand die zich voor zijn beroep bezighoudt met hoe het land/
de stad enzovoort bestuurd wordt. - Politiek
- De manier waarop mensen hun stad, gebied of land regeren of besturen en dus hoe ze macht uitoefenen.
- Populair
- Geliefd bij veel mensen.
- Priester
- Iemand die contact met de goden of met God onderhoudt, bijvoorbeeld door offers te brengen.
- Rechtspraak
- Rechtvaardig oplossen van ruzies, waarbij aangewezen wordt wie er gelijk heeft.
- Ridder
- Gewapende ruiter. In de middeleeuwen meestal een edelman.
- Rijk
- Groot veroverd gebied waarin verschillende volken samenwonen en dat overheerst wordt door de veroveraar.
- Schervengericht
- Door hun naam op een potscherf te krassen werden mensen die te machtig dreigden te worden, uit het democratische Athene in ballingschap gestuurd.
- Senator
- Bij de Romeinen het hoofd van een adellijke familie die in het bestuur van de republiek zat.
- Stadstaat
- Kleine staat die bestaat uit een stad met de omgeving eromheen.
- Tiran
- Iemand die de macht heeft gegrepen. In Griekenland: een onwettige alleenheerser. In latere tijden: een wrede heerser die het volk slecht behandelt.
- Trouw
- Blijven bij iemand voor wie je hebt gekozen en hem of haar goed helpen.
- Volgeling
- Iemand die trouw zweert aan een vorst en in ruil daarvoor land in leen krijgt.
- Volksvergadering
- Vergadering waaraan iedereen die tot het volk behoort kan deelnemen.
- Vorst
- Iemand die als enige in een land de macht heeft die hij heeft geërfd van zijn vader of moeder.
- Wet
- Algemene regel die geldt voor iedereen in het land omdat die door de regering is vastgesteld.
- Willekeur(ig)
- Doen wat je maar wilt zonder je aan regels te houden.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–