FLEX-boek - 6 vwo 4.1 - Stedelijke ontwikkelingen en ruimtelijk beleid - 7.4
Publiek
Woorden in deze lijst (28)
Origineel
- belevingsconomie
- economie waarbij de uitstraling van een product of dienst meer waard is dan de inhoud
- circulaire economie
- economie waarbij grondstoffen en afval vrijwel volledig worden hergebruikt
- creatieve stad
- een stad met veel werkgelegenheid in creatieve beroepen
- (demografische) krimp
- daling van het aantal inwoners in een gebied
- drempelwaarde
- het minimumaantal klanten of gebruikers waarbij een voorziening nog rendabel is
- duurzame stad
- een stad die energieneutraal is en afval hergebruikt, zodat toekomstige generaties er goed kunnen blijven leven
- energietransitie
- overgang in het gebruik van fossiele naar hernieuwbare energie
- groeikernen
- plaats op enige afstand van grote steden, die vanaf 1975 sterk groeide door suburbanisatie als gevolg van overheidsbeleid
- Groene Hart
- groen en grotendeels nog open, landelijk gebied, dat tussen de vier grote steden in ligt
- grootstedelijke functies
- activiteiten in bedrijvigheid, kennis, cultuur en recreatie, waarvan de bevolking in de wijde omgeving van steden gebruikmaakt
- kenniseconomie
- een economie die gebaseerd is op hersenkracht en dienstverlening
- landschapsvervuiling
- aantasting van de harmonie in het landschap of het uitzicht door plaatsing van objecten
- mainport
- intercontinentaal transportknooppunt (Amsterdam Schiphol, Rotterdamse haven)
- metropoolvorming
- het proces van globalisering in de stedelijke samenleving dat leidt tot intensivering van de bebouwde ruimte
- milieuvervuiling
- aantasting van de omgeving als gevolg van menselijke activiteiten, door afvalstoffen, geluid, licht, straling en dergelijke
- Noordvleugel
- deel van de Randstad, bestaande uit de kernsteden Amsterdam en Utrecht, dat zich uitstrekt over drie provincies
- Randstad
- stedelijk gebied gevormd door Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht met hun omgeving, dat in een ring rond een grotendeels landelijk gebied ligt
- reikwijdte
- de afstand die klanten willen afleggen voor een voorziening
- ruimtelijk beleid
- de plannen van de overheid voor het gewenste huidige en toekomstige gebruik van de ruimte in Nederland
- ruimtelijke ordening
- alle regels die er bestaan over de inrichting van de ruimte: 'Wat mag waar?'
- sciencepark
- bedrijventerrein met kennisintensieve bedrijven, die vaak samenwerken met een universiteit (ook: campus)
- smart city
- een stad die maximaal gebruikmaakt van digitale technologie; computers en internet
- stedelijk netwerk
- steden die door middel van infrastructuur en onderlinge relaties met elkaar verbonden zijn
- structuurvisie
- beleidsdocument waarin een langetermijnvisie staat voor de ruimtelijke ordening van een gebied, zoals Randstad 2040
- verzorgingsgebied
- gebied rond een voorziening waarin de meeste mensen gebruikmaken voor die voorziening
- VINEX
- afkorting voor Vierde Nota Extra, een beleidsdocument van het Rijk over de ruimtelijke ordening uit 1991
- voorzieningenniveau
- het aantal en de kwaliteit van diensten, goederen en activiteiten (in een plaats)
- Zuidvleugel
- deel van de Randstad binnen de provincie Zuid-Holland, dat bestaat uit de steden Rotterdam en Den Haag en omgeving en zich uitstrekt tot Leiden