Stijlfiguren Nederlands vwo 4 h 12
Publiek
5keer geoefend
Woorden in deze lijst (22)
Origineel
- Ironie
- Je zegt het tegenovergestelde van wat je bedoelt, vaak een beetje spottend.
- Litotes
- Je ontkent iets om juist het tegenovergestelde te benadrukken (bijvoorbeeld: "niet slecht" betekent "goed").
- Metafoor
- Een vorm van beeldspraak waarbij je iets vergelijkt zonder 'als' of 'zoals' te gebruiken, je noemt het direct.
- Paradox
- Een uitspraak die op het eerste gezicht tegenstrijdig lijkt, maar toch waar kan zijn.
- Repetitio
- Het herhalen van een woord of zinsdeel om iets te benadrukken.
- Retorische vraag
- Een vraag waarop je geen antwoord verwacht, maar die je stelt om het publiek aan het denken te zetten.
- Stromannen
- Je introduceert een fictief persoon met een standpunt om dat vervolgens te kunnen weerleggen.
- Suggestieve opmerkingen
- Je gebruikt woorden of zinnen om beelden of gedachten op te roepen en zo het publiek te beïnvloeden, soms door een zin onafgemaakt te laten.
- Tautologie
- Je herhaalt hetzelfde begrip met twee woorden van dezelfde woordsoort (bijvoorbeeld: "vast en zeker").
- Understatement
- Je drukt iets opzettelijk zwakker uit dan het in werkelijkheid is, vaak met een ironisch effect.
- Vergelijking
- Je vergelijkt twee dingen met elkaar, vaak met 'als' of 'zoals'.
- Woordspeling
- Een grapje waarbij je speelt met de verschillende betekenissen van een woord.
- Zelfcorrectie
- Je verbetert jezelf opzettelijk om meer nadruk te leggen op wat je eigenlijk wilt zeggen.
- Anafoor
- Meerdere zinnen of zinsdelen beginnen met dezelfde woorden om nadruk te leggen.
- Anticlimax
- De spanning of kracht in een reeks neemt af, het wordt steeds minder indrukwekkend.
- Antithese
- Je combineert twee tegengestelde begrippen om het publiek aan het denken te zetten.
- Climax
- De spanning of kracht in een reeks neemt toe, je werkt toe naar een hoogtepunt.
- Drieslag
- Je noemt drie dingen achter elkaar om volledigheid te suggereren of het makkelijker te onthouden te maken.
- Enumeratio
- Een opsomming van gegevens om indruk te maken.
- Eufemisme
- Je gebruikt verzachtende of verhullende woorden voor iets dat hard of onaangenaam is.
- Hyperbool
- Een sterke overdrijving.
- Ik-boodschap of persoonlijke ervaring
- Je spreekt vanuit jezelf om het publiek bij het onderwerp te betrekken.