aka begrippen
Publiek
3
Woorden in deze lijst (35)
Origineel
- alpenweide
- Hoogtegordel in de bergen met grassen, kruiden en lage struikjes (boven de boomgrens).
- aride
- droog
- bereikbaarheid
- De mogelijkheid om een plaats te bereiken.
- bevolkingsconcentratie
- Opeenhoping van mensen in een gebied.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - bevolkingsspreiding
- De verdeling van mensen over een land of gebied.
- biodiversiteit
- Variatie aan levensvormen in de natuur.
- boomgrens
- Grens tussen een gebied waar nog wel bomen groeien en waar geen bomen meer kunnen groeien door de lage temperatuur (kouder dan gemiddeld 10 °C in de zomer).
- breedtecirkel
- Denkbeeldige cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt. Heet ook parallel.
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- cultuurlandschap
- Landschap waarin mensen huizen, wegen, akkers, weilanden en andere dingen hebben aangelegd. Heet ook ingericht landschap.
- duurzaam
- Op zo’n manier omgaan met de aarde dat deze ook voor toekomstige generaties leefbaar is.
- eeuwige sneeuw
- Gebied waar altijd sneeuw ligt.
- etage
- Verdieping van een bepaalde plantengroei in het tropische regenwoud.
- evenaar
- Denkbeeldige lijn die de aardbol in twee helften verdeelt: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
- extensieve veeteelt
- Veeteelt met weinig vee per hectare grond.
- gematigde zone
- Luchtstreek tussen de breedtecirkels van 23½° en 66½° N.B. en 23½° en 66½° Z.B. Gematigd wil zeggen: niet heel warm en niet heel koud.
- gemengd bos
- Overgangsgebied waar loof- en naaldbomen groeien.
- gletsjer
- Grote ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- hoge breedte
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (hoger dan 60° N.B. en Z.B.).
- hooggebergte
- Berggebied met toppen die hoger zijn dan 1.500 m.
- herbebossing
- Aanplant van jonge bomen na houtkap.
- hoogtegordel
- Zone van plantengroei in een gebergte.
- ingericht landschap
- Zie cultuurlandschap.
- intensieve veeteelt
- Veeteelt met veel vee per hectare grond.
- irrigatie
- Het kunstmatig nat houden van landbouwgronden.
- keerkring
- De breedtecirkel van 23½° N.B. (Kreeftskeerkring) en 23½° Z.B. (Steenbokskeerkring); grens van de tropen.
- klimaatdiagram
- Diagram met een overzicht van de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag per maand van een plaats of een gebied.
- klimaatverandering
- Geleidelijke of abrupte verandering in het klimaat door natuurlijke processen en/
of invloed van de mens. - lage breedte
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (lager dan 30° N.B. en Z.B.).
- landijs
- Honderden meters tot kilometers dikke lagen ijs op het land die zijn ontstaan doordat sneeuw eeuwenlang laag na laag bl
- loofboomgordel
- Zone in de gematigde zone (luchtstreek) waar loofbomen groeien, zoals eiken en beuken.
- luchtstreek
- Temperatuurzone op aarde: tropen, gematigde zone en poolstreken.
- mediterrane plantengroei
- Kenmerkende vegetatie in de subtropen, die zich heeft aangepast aan een seizoen met droogte en hitte. Voorbeelden zijn olijfbomen, palmen, vijgen en kurkeiken.
- naaldboomgordel
- Zie taiga.