2 Nederland rivierenland
Publiek
Woorden in deze lijst (34)
Origineel
- benedenloop
- Deel van een rivier of beek vanaf de middenloop tot de monding, waar het verval en de stroomsnelheid over het algemeen gering zijn en waar de sedimentatie groot is.
- bovenloop
- Deel van een rivier of beek vanaf de bron of oorsprong tot de middenloop, waar het verval, de stroomsnelheid en de uitschuring (erosie) over het algemeen groot zijn.
- debiet
- Hoeveelheid water die per seconde op een bepaald punt door een rivier of beek stroomt, uitgedrukt in m³. Heet ook watervoorvoer.
- dijkverlegging
- Het landinwaarts verplaatsen van de winterdijk om een grotere waterafvoer mogelijk te maken. Heet ook rivierbedverbreding.
- dijkverzwaring
- Versterking van een dijk door hem te verbreden, te verhogen of te verzwaren.
- dwarsprofiel
- Dwarsdoorsnede van een riviergeul of beek op een bepaald punt, die de waterbreedte en de verschillen in waterdiepte laat zien.
- kanalisatie
- Het rechttrekken en bedijken van een rivier om een betere waterafvoer mogelijk te maken en de rivier vaak ook te voorzien van stuwen (en sluizen) om hem beter bevaarbaar te maken.
- krib
- Korte dwarsdam (hoofd) die loodrecht op de rivieroever is aangelegd en die dient om de stroomsnelheid te vergroten.
- kribverlaging
- Het verlagen van de kribben om bij hoogwater de opstuwng te verminderen.
- lengteprofiel
- Grafische weergave van de hoogteligging van de loop van een rivier of beek over een bepaald traject, bijvoorbeeld vanaf de bron tot de monding.
- middenloop
- Deel van een rivier of beek vanaf de bovenloop (dicht bij de bron) tot de benedenloop (dicht bij de monding), waar de helling niet zo groot is, waardoor de rivier gaat meanderen. Erosie en sedimentatie zijn hier ongeveer in evenwicht.
- nevengeul
- Relatief kleine geul die min of meer evenwijdig aan de hoofdgeul loopt en die bij een gemiddelde waterstand en bij laagwater niet of nauwelijks water afvoert, maar die bij hoogwater de afvoercapaciteit van de rivier vergroot.
- noodoverloopgebied
- Polder die gecontroleerd onder water kan worden gezet om een extreem hoge waterstand in een rivier te verlagen.
- obstakelverwijdering
- Verwijdering van een obstakel of begroeiing uit het rivierbed dat de waterafvoer belemmert.
- ontbossing
- Het kappen van bossen.
- piekafvoer
- Tijdelijke extra hoge waterafvoer (hoogwater) van een rivier of een beek.
- regiem
- Jaarlijkse schommelingen in de waterafvoer van een rivier of beek.
- Rijnconferentie
- Bijeenkomst van de voor de waterhuishouding verantwoordelijke ministers met als doel alle problemen rond de Rijn gemeenschappelijk aan te pakken en de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR) aan te sturen.
- rivierbedverbreding
- Zie dijkverlegging.
- rivierbedverdieping
- Technische ingrepen om de rivier meer ruimte te geven door de uiterwaard te verdiepen of het zomerbed uit te graven.
- rivierbedverruiming
- Combinatie van technische ingrepen om een hoge waterafvoer van een rivier op te vangen.
- Ruimte voor de Rivier
- Overheidsmaatregelen die de waterafvoer in de rivierbedding en de uiterwaard verbeteren en die het rivierengebied aantrekkelijker maken.
- stroomgebied
- Het hele gebied dat afwatert op een bepaalde rivier en zijn zijrivieren.
- stroomstelsel
- Rivier met alle zijrivieren en vertakkingen die deel uitmaken van hetzelfde stroomgebied.
- stuw
- Beweegbare dam in een rivier of beek om de waterafvoer te beïnvloeden; meestal gebruikt om de waterstand bovenstrooms te verhogen.
- uiterwaard
- Hoger gelegen deel van het winterbed van een rivier dat periodiek overstroomd wordt en dat tussen de zomerdijk en de winterdijk ligt.
- uiterwaardvergraving
- Het geheel of gedeeltelijk afgraven van de uiterwaard zodat er meer water in het winterbed past.
- verhang
- Hoogteverschil in km tussen twee plaatsen langs een rivier of beek (verval per km).
- verdragingsstijd
- Periode tussen de verhoogde waterstand in een bovenstrooms gedeelte van een rivier en de te verwachten verhoging in het benedenstrooms gelegen deel.
- verval
- Hoogteverschil tussen twee plaatsen langs een rivier of beek.
- watervoorvoer
- Zie debiet.
- waterscheiding
- De grens tussen twee stroomgebieden die wordt gevormd door hogere delen in het landschap.
- winterbed
- Gebied tussen de winterdijken, dat bestaat uit zomerbed en uiterwaarden (het buitendijkse gebied).
- zomerbed
- Hoofdgeul van een rivier of beek die meestal wordt begrensd door zomerdijken.