Populatieproportie
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Populatie
- De totale groep waarop een onderzoek zich richt.
- Steekproef
- Het deel van de populatie dat je daadwerkelijk onderzoekt.
- Representatief
- De eigenschap van een steekproef dat deze een goede afspiegeling is van de populatie.
- Aselect
- De eigenschap van een steekproef waarbij elk element van de populatie een even grote kans heeft om in de steekproef voor te komen.
- Proportie
- Het deel van het totaal dat een bepaald kenmerk heeft, uitgedrukt als een getal tussen 0 en 1.
- Populatieproportie
- Het deel van de populatie dat een bepaald kenmerk heeft, aangegeven met de letter p.
- Steekproefproportie
- Het deel van de steekproef dat een bepaald kenmerk heeft, aangegeven met p̂ (p dakje).
- Populatieomvang
- Het aantal elementen in de populatie.
- Steekproefomvang
- Het aantal elementen in de steekproef.
- Verdeling van de steekproefproporties
- De verdeling die aangeeft hoe waarschijnlijk de verschillende steekproefproporties zijn.
- 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de populatieproportie
- Het interval [p̂ - 2σ, p̂ + 2σ] waarmee met 95% betrouwbaarheid wordt aangegeven dat de populatieproportie p in dit interval ligt.
- Steekproefgemiddelde
- Het gemiddelde van de waarden in een steekproef, genoteerd als X̄.
- Steekproefstandaardafwijking
- De standaardafwijking berekend bij de metingen in een steekproef, aangegeven met S.
- 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het populatiegemiddelde
- Het interval [X̄ - 2σ, X̄ + 2σ] dat bij 95% van de steekproeven het populatiegemiddelde bevat.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–