Woordenlijst: 1.1. Wat is economie?
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- Behoefte
- Een behoefte betekent dat je een goed of dienst nodig hebt of graag wilt hebben.
- Basisbehoeften (of eerste levensbehoeften)
- Basisbehoeften (of eerste levensbehoeften) zijn nodig om te overleven. Denk bijvoorbeeld aan voeding en kleding.
- Overige behoeften (of luxegoederen)
- Overige behoeften (of luxegoederen) maken het leven prettiger. Denk bijvoorbeeld aan een auto en een vakantie.
- Middelen
- Om de keuzes die een mens maakt te begrijpen, kijken economen naar behoeften en middelen. De middelen van een mens zijn tijd en geld.
- Schaarste
- Schaarste ontstaat doordat mensen onbeperkte behoeften hebben, maar slechts een beperkte hoeveelheid productiemiddelen en tijd hebben om in die behoeften te voorzien. Schaarste dwingt een mens daarom tot het maken van keuzes.
- Budgetlijn
- De budgetlijn is een eenvoudig model om keuzes te analyseren en geeft de combinatie van bestedingsmogelijkheden weer bij een gegeven budget.
- Opofferingskosten
- Opofferingskosten zijn de opbrengsten van het alternatief waar je niet voor kiest.
- Directe ruil
- Directe ruil is een vorm van ruil waarbij goederen tegen andere goederen worden geruild.
- transactiekosten
- Transactiekosten zijn alle kosten die moeten worden gemaakt om een transactie (een ruil) tot stand te brengen.
- Indirecte ruil
- Indirecte ruil is een vorm van ruil waarbij goederen worden geruild voor geld (of een ander ruilmiddel).
- Chartaal geld
- Chartaal geld is tastbaar geld: bankbiljetten en munten.
- Giraal geld
- Giraal geld is geld dat op een rekening bij een bank staat.
- Functies van geld
- Geld heeft drie functies: het is een ruilmiddel, rekeneenheid en oppotmiddel.
- Bedrijfskolom
- De bedrijfskolom is de weg die een product doorloopt van begin (bijvoorbeeld het delven van grondstoffen) tot eind (de verkoop van het eindproduct aan de consument).
- Omzet (opbrengst)
- De omzet (opbrengst) is gelijk aan de afzet vermenigvuldigd met de verkoopprijs.
- Toegevoegde waarde
- De toegevoegde waarde is gelijk aan het verschil tussen de omzet van een onderneming en de totale kosten van leveringen van derden (grondstoffen, hulpstoffen, halffabricaten en diensten van derden).
- Integratie in de bedrijfskolom
- Er is sprake van integratie in de bedrijfskolom als de bedrijfskolom korter wordt doordat de arbeidsverdeling minder wordt (twee bedrijven in de bedrijfskolom gaan samen).
- Differentiatie in de bedrijfskolom
- Er is sprake van differentiatie in de bedrijfskolom als de bedrijfskolom langer wordt doordat de arbeidsverdeling groter wordt (één bedrijf in de bedrijfskolom wordt opgesplitst in twee bedrijven).
- Specialisatie
- Er is sprake van specialisatie als een onderneming zich richt op het maken of verkopen van één specifieke productsoort.
- Parallellisatie in de bedrijfskolom
- Er is sprake van parallellisatie in de bedrijfskolom als de bedrijfskolom breder wordt doordat een onderneming verschillende soorten producten (die bij elkaar passen) gaat aanbieden.