De organen voor vertering
Publiek
Woorden in deze lijst (28)
Origineel
- Speeksel
- Verteringssap bestaande uit water, slijm en een enzym dat zetmeel verteert.
- Huig
- Deel dat de neusholte afsluit tijdens het slikken.
- Strotklepje
- Deel dat de luchtpijp afsluit tijdens het slikken.
- Slokdarm
- Deel van het verteringsstelsel dat voedsel verplaatst van de keelholte naar de maag.
- Maagsapklieren
- Klieren in de maagwand die maagsap produceren.
- Maagsap
- Verteringssap bestaande uit water, zoutzuur en een enzym voor de vertering van eiwitten.
- Maagportier
- Kringspier aan het einde van de maag die telkens kleine hoeveelheden voedsel doorlaat naar de twaalfvingerige darm.
- Twaalfvingerige darm
- Deel van het verteringsstelsel waar verteringssappen uit de lever en de alvleesklier bij het voedsel komen.
- Lever
- Orgaan dat gal produceert.
- Gal
- Vloeistof die grote vetdruppels in kleinere druppeltjes verdeelt.
- Galblaas
- Opslagplaats waar gal tijdelijk wordt bewaard.
- Galbuis
- Afvoerbuis die gal naar de twaalfvingerige darm voert.
- Emulgeren
- Het verdelen van grote vetdruppels in kleinere druppeltjes om het oppervlak te vergroten.
- Alvleessap
- Verteringssap uit de alvleesklier met enzymen voor de vertering van eiwitten, koolhydraten en vetten.
- Alvleesklier
- Orgaan dat alvleessap produceert.
- Dunne darm
- Zes meter lange darm waar de vertering wordt voltooid en voedingsstoffen in het bloed worden opgenomen.
- Darmsapklieren
- Klieren in de wand van de dunne darm die darmsap produceren.
- Darmsap
- Verteringssap met enzymen die de vertering van eiwitten en koolhydraten afmaken.
- Darmplooien
- Plooien in de wand van de dunne darm die zorgen voor een zeer groot oppervlak.
- Darmvlokken
- Uitstulpingen op de darmplooien waarin bloedvaten liggen voor de opname van voedingsstoffen.
- Blindedarm
- Deel van het verteringsstelsel dat vlak onder de overgang van de dunne naar de dikke darm ligt.
- Wormvormig aanhangsel
- Uitstulping aan de onderkant van de blindedarm, ook wel appendix genoemd.
- Dikke darm
- Deel van het darmkanaal waar vrijwel al het water uit de onverteerde voedselresten wordt opgenomen in het bloed.
- Cellulose
- Koolhydraat in plantaardig voedsel dat door bacteriën in de dikke darm deels wordt afgebroken.
- Endeldarm
- Deel van het verteringsstelsel waar onverteerde voedselresten tijdelijk worden opgeslagen.
- Anus
- Kringspier die het darmkanaal afsluit.
- Ontlasting
- Het legen van de endeldarm via de anus.
- Microbioom
- De verzameling van alle bacteriën die in het darmkanaal leven.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–