Bio T7 § 3
Publiek
5keer geoefend
Woorden in deze lijst (28)
Origineel
- Zenuwstelsel
- Communicatienetwerk dat alle delen van het lichaam met elkaar verbindt en dat je op grond van de bouw kunt indelen in het centrale en perifere zenuwstelsel; op grond van de functie in het animale en autonome zenuwstelsel
- Centrale zenuwstelsel
- Bestaat uit de grote hersenen, de kleine hersenen, de hersenstam en het ruggenmerg
- Perifere zenuwstelsel
- Bestaat uit zenuwen die alle delen van het lichaam verbinden met het centrale zenuwstelsel
- Animale zenuwstelsel
- Deel van het zenuwstelsel dat vooral de bewuste reacties en de houding en beweging van het lichaam regelt
- Autonome zenuwstelsel
- Deel van het zenuwstelsel dat vooral de werking van inwendige organen regelt
- Prikkels
- Invloeden uit het milieu op een organisme waardoor in zintuigcellen impulsen ontstaan
- Impulsen
- Soort elektrische signalen die zenuwcellen kunnen ontvangen, geleiden en doorgeven
- Signaalverwerking
- Systeem waardoor het opvangen van prikkels uit de omgeving en het tot stand komen van gedrag mogelijk is
- Receptoren
- Zintuigcellen die prikkels uit het milieu opvangen en omzetten in impulsen
- Neuronen
- Zenuwcellen; geleiden impulsen en geven neurotransmitters af
- Zenuwcellen
- Zenuwcellen; geleiden impulsen en geven neurotransmitters af
- Neurotransmitters
- Signaalmoleculen die neuronen afgeven
- Myelineschede
- Ligt om (veel) axonen heen; bestaat uit gliacellen (cellen van Schwann)
- Cellen van Schwann
- Gliacellen die veel axonen omgeven
- Cell junction
- Verbinding tussen cellen in meercellige organismen
- Synapsen
- Contactplaatsen waar een impuls van de ene cel naar de andere cel kan worden doorgegeven
- Sensorische neuronen
- Neuronen die impulsen geleiden van zintuigcellen naar het centrale zenuwstelsel
- Schakelneuronen
- Neuronen die impulsen geleiden binnen het centrale zenuwstelsel
- Motorische neuronen
- Neuronen die impulsen geleiden van het centrale zenuwstelsel naar spieren en klieren
- Zenuwen
- Hierin liggen uitlopers van sensorische en motorische neuronen bij elkaar
- Hersenschors
- Buitenste, grijze (sterk geplooide) gedeelte van de grote en de kleine hersenen
- Grijze stof
- Hierin bevinden zich de cellichamen van schakelneuronen
- Witte stof
- Hierin bevinden zich de axonen van schakelneuronen
- Hersenstam
- Gedeelte tussen de grote hersenen en het ruggenmerg dat impulsen geleidt
- Grote hersenen
- Deel van het centrale zenuwstelsel waar bewuste waarneming en bewuste bewegingen ontstaan
- Kleine hersenen
- Coördineren alle bewegingen van het lichaam
- Centra in de hersenschors
- Gebieden in de hersenschors waarvan de functie bekend is
- Ruggenmerg
- Deel van het centrale zenuwstelsel dat in het wervelkanaal ligt