DNA en RNA
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- DNA
- Deoxyribo Nucleic Acid; molecuul dat de genetische code van een organisme bevat en is opgebouwd uit nucleotideketens met de suiker D-2-deoxyribose, een fosfaatgroep en vier basen.
- Chromosoom
- Staafvormige structuur in de celkern bestaande uit een steuneiwit waar een DNA-molecuul omheen gewikkeld is.
- Nucleotideketen
- Een polyesterketen die de bouwsteen vormt van DNA en RNA, opgebouwd uit monosachariden, fosfaatgroepen en basen.
- Dubbele helix
- De spiraalstructuur van DNA waarbij twee nucleotideketens in een dubbele spiraal om elkaar heen liggen.
- Nucleotide
- Een eenheid die is gevormd uit een monosacharide (D-2-deoxyribose of D-ribose), een fosfaatgroep en één van de vier basen.
- RNA
- Ribo Nucleic Acid; een enkelstrengs nucleotideketen die D-ribose bevat en de base uracil (U) in plaats van thymine (T), en zorgt voor de vorming van eiwitten.
- Coderende streng
- De DNA-streng die de informatie bevat en dezelfde basenvolgorde heeft als het nieuw gevormde RNA (met U in plaats van T).
- Matrijsstreng
- De DNA-streng die tijdens de transcriptie wordt 'gelezen' om via basenpairing een complementaire RNA-kopie te vormen.
- Transcriptie
- Het proces waarbij een RNA-kopie wordt gemaakt van de matrijsstreng van het DNA onder invloed van het enzym RNA-polymerase.
- Boodschapper-RNA (mRNA)
- Messenger-RNA; de RNA-kopie die de celkern verlaat en bij de ribosomen de code aflevert voor de aminozuurvolgorde van een eiwit.
- Codon
- Een groepje van drie opeenvolgende nucleotiden op het mRNA dat codeert voor één specifiek aminozuur.
- Genetische code
- De tripletcode waarbij de volgorde van de codons op het mRNA de volgorde van de aminozuren in een eiwit bepaalt.
- Anticodon
- Een groepje van drie basen op het transfer-RNA (tRNA) dat tegengesteld is aan en zich bindt aan een specifiek codon op het mRNA.
- Translatie
- Het vertalen van de genetische code in het mRNA naar de aminozuurvolgorde in het te vormen eiwit op de ribosomen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–