Aangeboren en verworven afweer
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- Aangeboren afweer
- Verdedigingslinie die gericht is tegen veel verschillende typen ziekteverwekkers en dient als een snelle eerste afweer.
- Verworven afweer
- Deel van het afweersysteem dat gedurende het leven wordt ontwikkeld en gericht is tegen één type ziekteverwekker en tegen veranderde eigen cellen.
- Lymfoïde organen
- Organen van het afweersysteem, zoals het beenmerg, de thymus, de milt en de lymfeknopen.
- T-cellen
- Witte bloedcellen die na hun ontstaan in het rode beenmerg verder ontwikkelen in de thymus.
- B-cellen
- Witte bloedcellen die na hun ontstaan rijpen in het beenmerg.
- Antigenen
- Grote moleculen, vaak eiwitten op celmembranen, die het afweersysteem kunnen activeren.
- Macrofagen
- Witte bloedcellen die ziekteverwekkers onschadelijk maken door ze in zich op te nemen en te verteren.
- Mestcellen
- Witte bloedcellen in de weefsels van huid en slijmvliezen die chemische stoffen zoals histamine afgeven bij contact met lichaamsvreemde stoffen.
- Histamine
- Chemische stof die zorgt voor verwijding en een grotere doorlaatbaarheid van de bloedvaten.
- Receptoren
- Specifieke eiwitten op het celmembraan van lymfocyten die aan één type antigeen kunnen binden.
- Antigeen-presenterende cel (APC)
- Fagocyt die een antigeen van een verteerde ziekteverwekker op een receptor aan de buitenkant van de cel plaatst om lymfocyten te activeren.
- T-helpercellen
- Dochtercellen van geactiveerde T-cellen die stoffen produceren om de ontwikkeling van cytotoxische T-cellen en B-cellen te activeren.
- Cytotoxische T-cellen
- Dochtercellen van geactiveerde T-cellen die door de ziekteverwekker geïnfecteerde lichaamscellen vernietigen.
- Plasmacel
- Ontwikkelde B-cel die antistoffen maakt tegen een specifieke ziekteverwekker.
- Antistoffen
- Eiwitten die zich binden aan de antigenen van een ziekteverwekker om deze onschadelijk te maken.
- Antigeen-antistofcomplex
- Verbinding die gevormd wordt wanneer een antistofmolecuul past op een antigeenmolecuul.
- Allergenen
- Antigenen die voorkomen op onschadelijke stoffen en een allergische reactie kunnen veroorzaken.
- Allergische reactie
- Een onnodige afweerreactie van het lichaam op contact met allergenen.
- Gesensibiliseerd
- De toestand van mestcellen die gevoelig zijn geworden voor een allergeen doordat er antistoffen aan hun celmembraan zijn gehecht.
- Geheugencellen
- Langlevende geactiveerde lymfocyten die bij een nieuwe infectie met een bekende ziekteverwekker de antigenen direct herkennen voor een snellere afweerreactie.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–