7. Noord- en Zuid-Korea: overeenkomsten en verschillen
Publiek
Woorden in deze lijst (46)
Origineel
- arbeidsintensief
- Bedrijf dat veel arbeiders nodig heeft.
- Aziatische tijgers
- Landen in Azië die in korte tijd een snelle economische groei doormaakt.
- bevolkingsdiagram
- Staafdiagram met de leeftijdsopbouw van de bevolking.
- bevolkingskenmerk
- Kenmerk/
eigenschap van de bevolking. Er zijn vier groepen: demografische, economische, culturele en politieke kenmerken. - bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar. Je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied.
- communistisch land
- Land waar de productie centraal door de staat wordt geleid.
- consumptiegoederen
- Goederen die direct kunnen worden gebruikt, zoals voedsel, kleding en huishoudelijke apparaten.
- cultuur
- Alles wat je hebt aangeleerd.
- dekolonisatie
- Wanneer een kolonie onafhankelijk wordt van het moederland.
- democratie
- Land waarbij het volk invloed heeft op de regering.
- demografisch kenmerk
- Kenmerk van de groei en de afname van de bevolking en de herkomst van mensen.
- demografisch transitiemodel
- Model dat de overgang laat zien van een samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage geboorte- en sterftecijfers.
- demografische druk
- De verhouding tussen de productieve en de niet-productieve leeftijdsgroep.
- dictatuur
- Staatsvorm waarin één persoon de absolute macht heeft.
- dienstensector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van diensten. Heet ook tertiaire sector.
- economisch kenmerk
- Kenmerk dat gaat over de bestaansmiddelen van mensen; de manier waarop mensen geld verdienen.
- economisch systeem
- Manier waarop in een staat de productie van goederen is geregeld.
- geboortecijfer
- Het gemiddelde aantal levendgeborenen per duizend inwoners per jaar.
- grondstof
- Materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- grondstofgebonden industrie
- Bedrijven die gevestigd zijn in de buurt van grondstoffen of bij de plek waar die goedkoop aangevoerd kunnen worden.
- hightechindustrie
- Industrie waarvoor hoogstaande technische kennis nodig is.
- human development index (hdi)
- Cijfer dat aangeeft hoe hoog een land scoort op het bnp per inwoner, de levensverwachting en het analfabetisme.
- importsubstitutie
- Producten die eerst werden ingevoerd, nu zelf gaan maken.
- internationale arbeidsverdeling
- De verdeling van het werk over verschillende landen.
- kapitalistisch land
- Land waar de productie wordt geleid door bedrijven.
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.
- lagelonenland
- Land met lage arbeidskosten.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- levensverwachting
- Het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.
- lichte industrie
- Bedrijven die weinig grondstoffen gebruiken, maar veel halffabricaten.
- locatiefactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt.
- marktgebonden industrie
- Bedrijven die gevestigd zijn in de buurt van hun afzetmarkt.
- planeconomie
- Economisch systeem waarbij de productie door de staat wordt bepaald/
communistisch productiesysteem. - politiek kenmerk
- Kenmerk dat gaat over het bestuur van een land.
- politiek systeem
- De manier waarop een staat wordt bestuurd.
- primaire sector
- Werk waarbij producten regelrecht uit de natuur worden gehaald.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- schiereiland
- Een gebied dat aan drie kanten is omringd door zee.
- secundaire sector
- Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.
- sociaal kenmerk
- Kenmerk dat gaat over hoe mensen voor elkaar zorgen.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen verschillende groepen mensen in een gebied.
- tertiaire sector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van diensten. Heet ook dienstensector.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
- vestigingsplaatsfactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt. Heet ook locatiefactor.
- vrijemarkteconomie
- Economisch systeem waarbij de ondernemers zelf bepalen wat ze maken of welke diensten ze aanbieden/
kapitalistisch productiesysteem. - zware industrie
- Bedrijven die veel grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.