Bio h8.4
Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Erfelijke eigenschappen
- Aangeboren gedrag dat de zuigeling van zijn (voor)ouders heeft meegekregen
- Aangeboren eigenschappen
- Aangeboren gedrag dat de zuigeling van zijn (voor)ouders heeft meegekregen
- Aangeleerde eigenschappen
- Gedrag ontstaan door ervaring
- Nature-nurture
- Debat dat gaat over de vraag hoe groot de rol van erfelijke eigenschappen op het tot stand komen van gedrag is
- Instinct
- Soortspecifiek aangeboren gedrag dat ervoor zorgt dat dieren in bepaalde situaties vaste reacties op prikkels geven
- Sleutelprikkel
- Prikkel die een doorslaggevende rol speelt bij het ontstaan van bepaald gedrag
- Supranormale prikkel
- Een prikkel die effectiever dan een sleutelprikkel is in het oproepen van bepaald gedrag
- Gewenning
- De kans van een reactie op een prikkel (handelingsfrequentie) neemt af bij herhaaldelijke toediening van de prikkel
- Inprenting
- Wanneer dieren iets alleen leren in een bepaalde, korte periode in hun leven
- Imitatie
- Wanneer dieren leren door het gedrag van soortgenoten na te doen
- Conditionering
- Hierbij leert een dier of mens bepaald gedrag door positieve of negatieve ervaringen
- Trial and error
- Proefondervindelijk leren
- Klassiek conditioneren
- Conditioneren waarbij er een verband wordt aangeleerd tussen gedrag en de daaraan voorafgaande prikkels
- Operant conditioneren
- Conditioneren waarbij een verband wordt aangeleerd tussen gedrag en het daaropvolgende resultaat
- Inzicht
- Wanneer een dier of mens in een nieuwe situatie de oplossing van een probleem vindt door ervaringen uit het verleden op een andere wijze te combineren