Functiewoord - Omschrijving
Publiek
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- Aanbeveling(advie s)
- De schrijver geeft, meestal aan het eind van zijn artikel, een goede raad of goed advies.
- Aanleiding
- De schrijver geeft aan welke gebeurtenis hem ertoe gebracht heeft zijn tekst te schrijven./
De schrijver geeft aan welke gebeurtenissen anderen ertoe brachten bepaalde dingen te doen. - Afweging
- De schrijver weegt voor- en nadelen of mogelijke oplossingen tegen elkaar af en maakt zo een keuze.
- Anekdote
- De schrijver vertelt een kort, kenmerkend of grappig verhaaltje, vaak ter inleiding van een probleem of verschijnsel.
- Argument
- De schrijver geeft aan waarom hij iets vindt./
Synoniem: reden. - Argumentatie
- De schrijver geeft meerdere argumenten voor bepaalde opvattingen./
Synoniem: redenering/ redenatie. - Beantwoording
- De schrijver geeft antwoord op vragen. Dat kunnen vragen van een ander zijn of van de schrijver zelf./
Synoniem: antwoord. - Begripsomschrijving
- De schrijver probeert een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van een bepaald begrip te geven./
Synoniem: definitie. - Beoordeling
- Een (positief of negatief) oordeel over een mening of een gebeurtenis.
- Bewering
- Een uitspraak die de schrijver met argumenten moet onderbouwen./
Synoniem: mening/ stelling. - Bewijs(voering)
- De schrijver probeert met feiten (uit onderzoek) de juistheid van een bepaalde stelling of theorie aan te tonen.
- Conclusie
- De schrijver komt op grond van het voorafgaande (argumenten of gegevens) tot een gevolgtrekking./
Synoniem: gevolgtrekking. - Constatering
- De schrijver stelt iets vast, merkt iets op./
Synoniem: vaststelling. - Definitie
- De schrijver probeert een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van een bepaalde term te geven./
Synoniem: begripsomschrijving. - Doelstelling
- De schrijver geeft aan wat hij met zijn tekst wil bereiken.
- Gevolgen
- De schrijver beschrijft de gevolgen die door een bepaalde maatregel of een bepaald verschijnsel zijn veroorzaakt.
- Hypothese
- Een voorlopige stelling (of veronderstelling) die de schrijver in de rest van zijn tekst probeert te bewijzen.
- Karakterisering
- De schrijver geeft de voornaamste kenmerken van een verschijnsel.
- Nuancering
- De schrijver zwakt een bewering of een standpunt (iets) af door te laten zien dat er ook andere gezichtspunten mogelijk zijn./
Verwant met: relativering. - Ontkenning
- Een ontkenning volgt altijd op een bewering, meestal een uitspraak van een ander. De schrijver geeft de bewering weer en maakt dan duidelijk dat deze niet op waarheid berust.
- Ontkrachting
- De schrijver ontkracht een bewering of argumentatie./
Zie ook: weerlegging en tegenargument. - Oorzaak
- Een oorzaak geeft aan waardoor iets is ontstaan, waardoor iets is geworden zoals het is. Let op het verschil met de reden: bij een reden gaat het om wat een mens zelf wil of doet.
- Oplossing
- Een oplossing volgt altijd na het schetsen van een probleem.
- Oproep
- De schrijver vraagt, meestal aan het eind van zijn tekst, iets te doen; lezers iets te doen.
- Opsomming
- De schrijver geeft een reeks van meningen, voorbeelden, argumenten, verklaringen of verschijnselen.
- Probleemstelling
- De schrijver geeft duidelijk aan over welk probleem zijn tekst gaat.
- Relativering
- Afzwakking. De schrijver laat bijvoorbeeld zien dat er ook een ander kant aan een verschijnsel zit./
Synoniem: nuancering. - Samenvatting
- Aan het eind van een tekst of een tekstgedeelte vind je een samenvatting. De schrijver probeert in enkele zinnen de kern weer te geven.
- Stelling
- Een bewering die de schrijver met argumenten moet onderbouwen./
Synoniem: bewering/ mening/ standpunt. - Tegenargument
- De schrijver doet een uitspraak waarmee hij een standpunt ontkracht./
Zie ook: ontkrachting en weerlegging. - Tegenstelling
- De schrijver geeft aan dat een feit of bewering staat tegenover een ander feit of een andere bewering.