3. Weer en klimaat
Publiek
Woorden in deze lijst (114)
Origineel
- aanlandige wind (zeewind)
- Wind die van zee naar land waait.
- aanvoer van warmte en kou van elders
- Wereldwijde lucht- en zeestromen zorgen voor transport van warmte en kou.
- aflandige wind (landwind)
- Wind die van land naar zee waait.
- afstand tot zee
- Afstand van een plaats tot de dichtstbijzijnde zee.
- altijdgroene mediterrane plantengroei
- Vorm van vegetatie in het Middellandse Zeegebied die is aangepast aan een klimaat met lange perioden van droogte.
- barometer
- Instrument om luchtdruk te meten.
- bewolking
- Zichtbare concentraties van waterdruppeltjes in de lucht.
- bewolkinggraad
- Percentage van de lucht dat bedekt is met wolken.
- breedteligging
- Ligging van een plaats ten opzichte van de evenaar.
- broeikasgas
- Gas dat warmte vasthoudt in de atmosfeer. CO2 is een voorbeeld van een broeikasgas.
- depressie
- Een gebied met lage luchtdruk, gekenmerkt door bewolking en neerslag.
- draineren
- Afvoeren van overtollig (grond)water door een buizensysteem.
- droge lucht
- Lucht die weinig waterdamp bevat.
- droge winter
- Gemiddeld koud seizoen met weinig neerslag.
- droog klimaat
- Klimaat met een neerslag van minder dan 500 millimeter per jaar.
- drukgordel
- Zone met hoge of lage druk over de gehele breedte van de aarde.
- duurzaam consumeren
- Koopgedrag waarbij de mogelijkheden voor mens en milieu nu en in de toekomst niet benadeeld worden.
- duurzaam produceren
- Productieproces waarbij zowel winst gemaakt wordt als rekening gehouden wordt met mens en milieu nu en in de toekomst.
- duurzaamheid
- De natuurlijke hulpbronnen op een dusdanige manier gebruiken dat mens en milieu nu en in de toekomst niet benadeeld worden.
- ecologische voetafdruk
- Getal dat laat zien hoeveel ruimte nodig is om alles wat je in één jaar tijd gebruikt te produceren en te verwerken.
- eeuwige sneeuw
- Gebieden op aarde die altijd bedekt zijn met sneeuw.
- extensieve landbouw
- Landbouw met relatief weinig opbrengst per hectare.
- frontale neerslag
- Neerslag die ontstaat als koude lucht en warme lucht met elkaar in botsing komen.
- gematigd landklimaat
- Klimaat met weinig tot geen invloed van zee, waardoor de zomers heet zijn en de winters streng.
- gematigd zeeklimaat
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur van de warmste maand hoger is dan 10 °C en de gemiddelde temperatuur van de koudste maand tussen −3 °C en 18 °C ligt.
- gemengd bos
- Bos met naaldbomen en loofbomen door elkaar heen.
- gesteldheid van het aardoppervlak (land/
water) - Toestand van een gebied op aarde: land of water.
- handelsgewas
- Gewas dat wordt verbouwd met de bedoeling om het te verhandelen.
- hazardmanagement
- Maatregelen die de overheid neemt om de gevolgen van een natuurramp zo goed mogelijk te voorkomen of te beheersen.
- hergebruiken (recyclen)
- Het opnieuw gebruiken van materialen en grondstoffen.
- hoge druk
- Luchtdruk van meer dan 1.015 hPa.
- hooggebergteklimaat
- Klimaat in hooggebergten met lage temperaturen en veel neerslag.
- hooggebergtevegetatie
- Verschillende vegetatiegordels die – naarmate je hoger komt – zich steeds meer aanpassen aan de kou.
- hoogteligging
- Hoogte van een plaats ten opzichte van zeeniveau.
- hurricane (orkaan)
- Zware tropische storm met een windsnelheid van meer dan 118 km/
u (windkracht 12). - intensieve landbouw
- Landbouw met een relatief hoge opbrengst per hectare.
- irrigeren
- Kunstmatige bevoeiing of beregening van land.
- isobaren
- Lijnen van gelijke luchtdruk.
- klimaat
- Het gemiddelde weer (temperatuur en neerslag) van een groot gebied gemeten over dertig jaar.
- klimaatafspraken
- Afspraken die landen met elkaar maken in het klimaateverdrag om klimaatverandering te beperken en met de gevolgen ervan om te gaan.
- klimaatgrafiek
- Grafiek van een plaats met de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag voor alle twaalf maanden van het jaar.
- koolstofdioxide (CO2)
- Belangrijk broeikasgas dat bijdraagt aan het versterkt broeikaseffect.
- lage druk
- Luchtdruk van minder dan 1.015 hPa.
- landbouw en visserij
- Vormen van bestaansmiddelen in de primaire sector.
- landdegradatie
- Kwaliteitsverlies van land als gevolg van menselijke activiteiten en klimaatverandering.
- landklimaat
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur van de koudste maand lager is dan −3 °C en de gemiddelde temperatuur van de warmste maand hoger is dan 10 °C.
- landwind
- Zie: aflandige wind.
- lijzijde
- Zijde van een gebergte waar droge lucht daalt.
- loefzijde
- Zijde van een gebergte waar natte lucht wordt opgestuwd en uitregent.
- luchtdruk
- Gewicht van de lucht dat op de aarde drukt.
- luchtvochtigheid
- Percentage waterdamp in de lucht.
- maximum
- Gebied waar de luchtdruk hoger is dan in het gebied eromheen (ook: hogedrukgebied).
- mediterraan klimaat (Middellandse Zeeklimaat)
- Klimaat met droge, warme zomers en zachte, natte winters.
- methaan
- Belangrijk broeikasgas dat bijdraagt aan het versterkt broeikaseffect.
- Middellandse Zeeklimaat
- Zie: mediterraan klimaat.
- minimum
- Gebied waar de luchtdruk lager is dan in het gebied eromheen (ook: lagedrukgebied).
- naaldbos
- Bossen met alleen naaldbomen, ook wel taiga genoemd.
- natte lucht
- Lucht die veel waterdamp bevat.
- natuurlijk broeikaseffect
- Vasthouden van warmte in de atmosfeer door broeikasgassen die er op natuurlijke wijze in zijn gekomen.
- neerslag
- Water dat in de vorm van regen, sneeuw of hagel vanuit de atmosfeer het aardoppervlak bereikt.
- neerslag in alle jaargetijden
- Eigenschap van een klimaat waarin het hele jaar neerslag kan vallen.
- neerslagintensiteit
- Hoeveelheid neerslag in millimeters per uur.
- neerslagverdeling
- Mate waarin de neerslag in een gebied over een jaar is verdeeld.
- nuttige neerslag
- Hoeveelheid neerslag die door planten en gewassen gebruikt kan worden.
- orkaan
- Zie: hurricane.
- passaatwind
- Vaste windstroom die van de subtropische hogedrukgordel naar de tropische lagedrukgordel waait.
- piekafvoer
- Grote hoeveelheid water die in korte tijd door een rivier moet worden afgevoerd.
- poolklimaat
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur van de warmste maand nooit boven 10 °C komt.
- recyclen
- Zie: hergebruiken.
- regenschaduw
- Gebied aan de lijzijde van een gebergte, waar weinig neerslag valt.
- risicoperceptie
- De mate waarin de bevolking rekening houdt met de kans op een natuurramp en de gevolgen daarvan.
- savanne
- Vegetatiezone gekenmerkt door grasvlakten met struiken en verspreid staande bomen.
- savanneklimaat
- Warm klimaat met veel neerslag en een droge(re) periode.
- schaal van Celsius
- Verdeling van de temperatuur met het smeltpunt van ijs als nulpunt en het kookpunt van water als 100.
- seizoen
- Periode van drie maanden met een specifiek bijbehorend weertype.
- sneeuw- en ijsklimaat
- Ook wel poolklimaat genoemd. Zeer koud klimaat met weinig neerslag.
- steppeklimaat
- Klimaat met weinig neerslag (250-500 mm), waarin geen bomen kunnen groeien.
- steppevegetatie
- Grassen en struiken die zijn aangepast aan het droge klimaat.
- vegetatiezone
- Gebied dat dezelfde natuurlijke plantengroei heeft.
- stijgingsneerslag
- Neerslag die ontstaat doordat de zon het aardoppervlak verwarmt, waardoor lucht opstijgt, afkoelt en uitregent.
- verdroging
- Droger worden van een gebied door daling van het grondwaterpeil. Dit gebeurt door een verandering in klimaat, watertoevoer of vegetatie.
- stuwingneerslag
- Neerslag die ontstaat doordat lucht tegen een gebergte botst, opstijgt en uitregent.
- versterkt broeikaseffect
- Vasthouden van warmte in de atmosfeer door broeikasgassen die er door menselijke activiteiten in zijn gekomen.
- taiga
- Vegetatiezone met alleen naaldbossen.
- temperatuur
- Mate van warmte of kou zoals die wordt aangegeven op een thermometer.
- thermometer
- Meetapparaat om de temperatuur vast te stellen.
- toendraklimaat
- Koud klimaat waar het maar een paar maanden per jaar warmer is dan 0 °C.
- tornado
- Wervelwind met extreem hoge snelheden (vaak meer dan 250 km/
u). - tropisch regenklimaat
- Het tropisch regenwoudklimaat en het savanneklimaat.
- tropisch regenwoud
- Zeer dichtbegroeide, gevarieerde bossen rond de evenaar.
- tropisch regenwoudklimaat
- Warme klimaten met meer dan 2.000 mm neerslag, waar het nooit kouder wordt dan 18 °C.
- tropische lagedrukgordel
- Lagedrukgebied rond de evenaar dat ontstaat door de loodrechte zonnestand.
- uv-straling
- Ultraviolette straling, een onderdeel van zonlicht.
- voedselgewas
- Gewas dat bedoeld is voor de consumptie.
- voedselpiramide
- De verhouding tussen roofdieren en hun prooien. Er zijn veel meer prooidieren dan roofdieren, waardoor een piramidevorm ontstaat.
- waterbalans
- Balans tussen aanvoer en afvoer van water in een gebied.
- waterdamp
- Water in gasvorm; een belangrijk broeikasgas dat bijdraagt aan het versterkt broeikaseffect.
- weer
- Toestand van de atmosfeer (temperatuur, neerslag, wind en bewolking) op een bepaald moment en op een bepaalde plaats.
- weer- en klimaatafactors
- Omstandigheden die invloed hebben op het weer of klimaat van een gebied.
- weerelement
- Onderdelen die samen het weer omschrijven: temperatuur, neerslag, wind en bewolking.
- wervelwind
- Een wind boven land die rond een middelpunt circelt en een klein gebied beslaat. Ook wel windhoos genoemd.
- wet van Buys Ballot
- Wet die de windrichtingen op aarde beschrijft: wind stroomt van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied en heeft op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts en op het zuidelijk halfrond een afwijking naar links.
- wind
- Verplaatsing van lucht aan het aardoppervlak.
- windkracht
- Sterkte van de wind, meestal uitgedrukt volgens de schaal van Beaufort.
- windrichting
- Richting van waaruit de wind waait.
- windsnelheid
- Snelheid van de wind, uitgedrukt in meter per seconde of kilometer per uur.
- windsysteem
- Vaste windstromen tussen de hoge- en lagedrukgordels op aarde. Er zijn drie grote windsysteen: poolwinden, westenwinden en passaten.
- woestijngebied
- Vegetatiezone met vrijwel geen begroeiing.
- woestijnklimaat
- Droog klimaat met zeer weinig neerslag (minder dan 250 mm).
- zeeklimaaten
- Klimaaten die sterk worden beïnvloed door de zee. Hieronder vallen onder andere het gematigd zeeklimaat en het mediterrane klimaat.
- zeespiegelstijging
- Stijging van het zeeniveau ten opzichte van het land.
- zeewind
- Zie: aanlandige wind.
- zoninvallshoek
- Hoek waaronder de zonnestralen op het aardoppervlak vallen.
- zonkracht
- Hoeveelheid uv-straling die de aarde bereikt, uitgedrukt in een getal tussen 0 en 10.