Ges begrippen hs 1

Publiek
16
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- Massamedium
- Een middel waarmee je grote groepen mensen kunt bereiken: kranten, tijdschriften, radio, film, televisie en internet.
- Moderne massasamenleving
- Een samenleving waarin een groot deel van de bevolking in steden leeft en waarin mensen elkaar gemakkelijk kunnen bereiken dankzij een goed (gemotoriseerd) transportsysteem en massamedia.
- Ontkerkelijking
- Het verschijnsel dat mensen niet meer naar de kerk gaan en vaak ook niet meer in God geloven.
- Abstracte kunst
- Kunst die geen verband houdt met de zichtbare werkelijkheid.
- Wapenwedloop
- Een race tussen landen om zoveel mogelijk en zo krachtig mogelijke wapens te maken, omdat hun vijanden dat ook doen.
- Bondgenootschap
- Een afspraak tussen landen om samen te werken, vooral op militair gebied.
- Centralen
- In de Eerste Wereldoorlog de benaming van de landen die aan de zijde van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije vochten.
- Geallieerden (eerste wereldoorlog)
- Letterlijk: 'bondgenoten'. In de eerstewereldoorlog de benaming van den landen die aan de zijde van de Britten en Fransen vochten.
- Eerste wereldoorlog
- Oorlog tussen 1914 en 1918, die gevolgen had voor alle werelddelen.
- Loopgravenoorlog
- Oorlog waarin soldaten greppels uitgraven en daarin bescherming zoeken tegen de vijand.
- Totale oorlog
- Een oorlog waarbij niet alleen het leger, maar de hele samenleving betrokken is.
- Propaganda
- Reclame voor de politieke ideeën of voor een politicus via massamedia, met als doel zoveel mogelijk mensen overtuigen.
- Verdrag van Versailles
- De belangrijkste vredesovereenkomst na afloop van de Eerste Wereldoorlog, gesloten in 1919.
- Republiek van Weimar
- Benaming voor het democratische Duitsland in de periode 1919-1933.
- Inflatie
- Het stijgen van de prijzen van producten en diensten, waardoor het geld minder waard wordt.
- Ideologie
- Politieke leer: een samenhangend geheel van ideeën over de manier waarop de samenleving zou moeten worden ingericht, op economisch, politiek-bestuurlijk, sociaal en soms ook cultureel gebied.
- Fascisme
- Ideologie die in Italië opkwam in de jaren 1920, die streefde naar een sterke staat onder een sterke leider en die tegen de democratie was.
- Mandaatgebied
- Land of gebied dat op verzoek van de wereldgemeenschap door een ander land wordt bestuurd.
- Neutraliteitspolitiek
- Het streven van een land om in een conflict of oorlog geen partij te kiezen.
- Aanleiding
- Directe oorzaak van een gebeurtenis.
- Bedoeld gevolg
- Een gevolg dat gewenst en voorzien is.
- Onbedoeld gevolg
- Een gevolg dat niet voorzien is.
- Gevolg op korte termijn
- Een gevolg dat direct of kort na een gebeurtenis plaatsvindt.
- Gevolg op lange termijn
- Een gevolg dat pas enige tijd na een gebeurtis plaatsvindt.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–