Begrippen van Goniometrie bij natuurkunde
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- Aanliggende zijde
- De zijde naast een specifieke hoek (alfa) in een rechthoekige driehoek, die niet de schuine zijde is.
- Cosinus (CAS)
- De verhouding van de aanliggende zijde gedeeld door de schuine zijde (cos(alfa) = A/
S). - Diameter (D)
- De afstand van de ene kant helemaal naar de andere kant van een cirkel, gelijk aan twee keer de straal.
- Goniometrie
- De tak van de wiskunde die zich bezighoudt met de relaties tussen hoeken en zijden van driehoeken, hier toegepast bij natuurkunde.
- Graden
- Een eenheid voor hoeken, waarin de rekenmachine moet staan bij het uitvoeren van goniometrische berekeningen.
- Inverse cosinus
- Een functie op de rekenmachine (cos⁻¹) die wordt gebruikt om een hoek (alfa) te berekenen als de cosinus van die hoek bekend is.
- Omtrek (cirkel)
- Twee pi keer de straal (2πR).
- Omtrek (driehoek)
- De breedte plus de hoogte plus de schuine zijde.
- Omtrek (rechthoek)
- Twee keer de breedte plus twee keer de hoogte (2B + 2H).
- Oppervlakte (bol)
- Vier pi keer de straal in het kwadraat (4πR²).
- Oppervlakte (cilinder)
- Twee pi R H plus twee pi R in het kwadraat (2πRH + 2πR²).
- Oppervlakte (cirkel)
- Pi keer de straal in het kwadraat (πR²) of een kwart pi keer de diameter in het kwadraat (0.25πD²).
- Oppervlakte (driehoek)
- Een half keer de hoogte keer de breedte (0.5 x H x B).
- Oppervlakte (rechthoek)
- De breedte keer de hoogte (A = B x H).
- Overstaande zijde
- De zijde tegenover een specifieke hoek (alfa) in een rechthoekige driehoek.
- Pythagoras
- Een stelling die zegt dat in een rechthoekige driehoek de schuine zijde in het kwadraat gelijk is aan de som van de kwadraten van de andere twee zijden (S² = A² + H²). Wordt gebruikt om een onbekende zijde te berekenen als twee zijden gegeven zijn.
- Rechthoekige driehoek
- Een driehoek met een rechte hoek.
- Resulterende kracht
- De gecombineerde kracht die ontstaat uit de samenwerking van meerdere krachten.
- Schuine zijde
- De langste zijde in een rechthoekige driehoek, tegenover de rechte hoek.
- Sinus (SOS)
- De verhouding van de overstaande zijde gedeeld door de schuine zijde (sin(alfa) = O/
S). - Straal (R)
- De afstand van het midden naar de zijkant van een cirkel.
- Tangens (TOA)
- De verhouding van de overstaande zijde gedeeld door de aanliggende zijde (tan(alfa) = O/
A). - Volume (bol)
- Vier derde pi keer de straal in het kwadraat (4/
3πR²). - Volume (cilinder)
- Pi keer de straal in het kwadraat keer de hoogte (πR²H), oftewel de oppervlakte van de cirkel keer de hoogte.
- Volume (kubus of balk)
- De lengte keer de breedte keer de hoogte (L x B x H).