Unité 6 zinnen
Publiek
3
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Qu'est-ce qu'il y a? Ça ne va pas bien?
- Wat is er? Gaat het niet goed?
- Tu as l'air vraiment content.
- Je ziet er echt blij uit.
- Je suis super heureux /
heureuse, parce que j'ai eu un 16 en géo ! - Ik ben dolblij, want ik heb een 8 gehaald voor aardrijkskunde!
- Je suis un peu stressé(e).
- Ik ben een beetje gestrest.
- Je ne me sentais pas à l'aise.
- Ik voelde me niet op mijn gemak.
- Il pense qu'il est meilleur que les autres.
- Hij denkt dat hij beter is dan de anderen.
- À mon avis, tu es simplement jaloux.
- Volgens mij ben je gewoon jaloers.
- Moi, ça ne va pas du tout.
- Het gaat helemaal niet goed met mij.
- Je suis de mauvaise humeur.
- Ik ben in een slecht humeur.
- J'ai eu une mauvaise note.
- Ik heb een slecht cijfer gehad.
- Je fais toujours de mon mieux.
- Ik doe altijd mijn best.
- Je n'ai pas encore reçu de réponse.
- Ik heb nog geen antwoord ontvangen.
- Je me sens mieux maintenant.
- Ik voel me nu beter.
- Je te tiens au courant.
- Ik hou je op de hoogte.