Begrippen van Historische vaardigheden
Publiek
Woorden in deze lijst (11)
Origineel
- Aanleiding
- De meest directe oorzaak van een gebeurtenis, vaak omschreven als 'de druppel die de emmer doet overlopen'.
- Anachronisme
- Iets dat niet in de tijd past waarin het wordt geplaatst.
- Chronologie
- Tijdsvolgorde; een indeling in de tijd van vroeger naar later.
- Continuïteit
- Iets wat over een langere periode in de geschiedenis hetzelfde is gebleven, of tussen twee verschillende tijdvakken hetzelfde is gebleven.
- Directe oorzaak
- Een onmiddellijke factor die leidt tot een gebeurtenis.
- Gewogen oordeel over het verleden
- Een oordeel over het verleden dat rekening houdt met zowel de context en geldende waarden van die tijd als met hedendaagse normen en waarden.
- Indirecte oorzaak
- Een onderliggende of langetermijnfactor die bijdraagt aan een gebeurtenis.
- Onbedoeld gevolg
- Een resultaat van een gebeurtenis dat niet de intentie was van de betrokkenen.
- Presentisme
- Het projecteren van hedendaagse normen en waarden op het verleden, zonder rekening te houden met de omstandigheden van die tijd.
- Standplaatsgebondenheid
- Het bekijken en beoordelen van de wereld vanuit de eigen achtergrond, opvoeding, normen en waarden, beroep en sociaaleconomische status.
- Verandering
- Iets dat anders wordt of is geworden over een bepaalde periode in de geschiedenis.