aardrijkskunde systeem aarde H2 vwo 5

Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (56)
Origineel
- aanslibbingskust
- Kust waarbij de afzetting van materiaal overheerst
- aardverschuiving
- Het van een helling glijden of rollen van een grote hoeveelheid gesteente of los materiaal
- afzinkput
- Plekken in de Atlantische Oceaan waar zout en koud - en dus zwaar - water naar de diepte van de oceaan zakt
- albedo
- DE mate waarin een oppervlak zonne-energie weerkaatst, uitgedrukt in percentage
- atmosfeer
- Het geheel aan gasvormige stoffen die het vaste en vloeibare deel van de aardkorst omringen
- atmosferische circulatie
- De grootschalige verplaatsing van lucht in de atmosfeer
- biosfeer
- Het leven op aarde: eencellige organismen, planten, dieren en mensen.
- chemische verwering
- De afbraak van het uiteenvallen van gesteente waarbij de scheikundige samenstelling verandert
- corioliseffect
- De afwijking van de windrichting die ontstaat door de draaiing van de aarde
- delta
- Een kunstvorm waarbij het rivierwater bij de monding zich over meerdere rivierarmen verdeelt en waarbij de rivier meer sediment afzet dan dat de zee afvoert
- diepwaterpomp
- Het effect van het thermohaliene circulatiesysteem in de oceanen, waardoor koud en zout water afzinkt bij Groenland en Antarctica, via de diepte bij de tropische streken aan de oppervlakte komt, opwarmt, en in de Atlantische Oceaan weer naar het noorden wordt gezogen.
- energiebalans
- De optelsom van de kortgolvige instraling (zonlicht) op aarde, de naar het heelal teruggekaatste straling en de langgolvige uitstraling (warmte) van de aarde. Heet ook stralingsbalans
- erosie
- De schurende werking van met sediment beladen wind, ijs of water.
- estuarium
- Trechtervormige riviermonding waar zoet rivierwater en zout zeewater zich mengen.
- evaporatie
- Verdamping van oppervlakte water
- evapotranspiratie
- De som van evaporatie en transpiratie
- front
- Grensvlak tussen relatief warme en relatief koude lucht
- frontale regen
- Neerslag die ontstaat bij een front, als relatief warme lucht over relatief koude lucht opstijgt.
- fysische verwering
- De afbraak en het uitteenvallen van vast gesteente waarbij de chemische samenstelling van het gesteente niet verandert. Heet ook mechanische verwering
- geomorfologie
- De aardwetenschap die de terreinvormen en het landschappen het aardoppervlak en de processen waardoor ze ontstaan, bestudeert
- hogeluchtdrukgebied
- Gebeid met een hogere luchtdruk aan het aardoppervlak dan in de omgeving. Heet ook maximum
- hydrologische kringloop
- Proces waarbij water op aarde een nooit eindigende kringloop van verdamping condensatie, neerslag en transport doorloopt
- hydrosfeer
- Het water op aarde
- intertropische convergentie zone (ITCZ)
- Zone met lage luchtdruk op en nabij de evenaar
- koolstof kringloop
- Het verschijnsel dat het element koolstof (C) op allerlei plekken in het aardse systeem wordt uitgewisseld en opgeslagen
- koude zeestromen
- Relatief koude waterstromingen in oceanen en zeeën
- lagedrukgebied
- Gebied met een lagere luchtdruk aan het aardoppervlak dan inde omgeving. Heet ook minimum
- luchtdruk
- De kracht die het gewicht van een kolom lucht op een oppervlakte uitoefent
- massabeweging
- Verweringsmateriaal dat onder invloed van zwaartekracht naar beneden valt, rolt of glijdt
- maximum
- hogedrukgebied
- Mechanische verwering
- De afbraak en het uiteenvallen van vast gesteente waarbij de chemische samenstelling van de gesteente niet verandert. Heet ook fysische verwering
- Minimum
- Lagedrukgebied
- modderstroom
- los verweringsmateriaal dat tijdens stortbuien door het water dat helling afwaarts stroomt, wordt meegesleurd naar het dal
- moesson
- Land- of zeewind die elk half jaar ongeveer 180 graden van richting verandert
- mondiale windsysteem
- De verplaatsing van lucht aan het aardoppervlak als gevolg van de atmosferische circulatie
- morene
- Materiaal dat door landijs of gletsjers is afgezet
- oceanische circulatie
- De grootschalige verplaatsing van water in de oceanen (onder andere zeestromen)
- oxidatie
- Chemische reactie waarbij organisch materiaal of gesteente reageert met zuurstof en zo wordt afgebroken
- passaat
- Relatief droge wind die het hele jaar uit oostelijke richting van de subtropische hogeluchtdrukgebieden naar de evenaar waait
- puinhelling
- Een steile puinmassa op de helling aan de onderzijde van de rotswant
- puinwaaier
- Waaiervormig sediementpekket dat zich opbouwt als een rivier vanuit een steil en smal dal op een vlakte terechtkomt
- rivierstelsel
- De rivier met alle zijrivieren
- sedimentatie
- Het afzetten van sediment door wind, ijs of water op het aardoppervlak
- stijgingsregen
- Neerslag die ontstaat door een (sterke) opwarming van het aardoppervlak en de lucht daarboven, bijvoorbeeld rond de evenaar
- stralingsbalans
- De optelsom van de kortgolvige instraling (zonlicht) op aarde, de naar het heelal terugkaatste straling en de langgolvige uitstraling (warmte) van de aarde. Heet ook energie balans
- stroomgebied
- Het gebied dat afwatert op een bepaalde rivier
- stuwingsregen
- Neerslag die ontstaat als lucht bij een gebergte gedwongen wordt om op te stijgen
- tempratuurgradiënt
- De gemiddelde tempratuur afnamen van 0,6 graden Celsius per 100 m inde troposfeer. Dit is voor meteorologen een standaardwaarde
- Thermohaline circulatie
- De wereldwijde circulatie ban oceaanwater, waarbij koud en zout water afzinkt bij Groenland en Antarctica, via de diepte bij de tropische streken aan de oppervlakte komt, opwarmt, en in de Atlantische Oceaan weer naar het noorden stroomt
- transpiratie
- Het proces waarbij planten en bomen water opnemen uit de bodem en via hun bladeren als waterdamp weer afgeven aan de lucht
- transport
- Het meenemen van sedimentdoor water ijs of wind
- verwering
- Het uiteenvallen en afbreken van gesteente onder invloed van verschillende processen
- waddenkust
- Gebeid met aan de zeekant eilanden met zeegaten ertussen dat onder invloed stat van getijden, waarbij tijdens eb grote oppervlakten droogvallen en tijdens vloed overstomen
- warme zeestromen
- Relatief warme waterstoming in oceanen en zeeën
- wet van Buys Ballot
- Op het noordelijkhalfrond krijgt de wind, als je met je rug naar het hogedrukgebied staat, een afwijking naar recht en op het zuidelijkhalfrond naar links
- wind
- Verplaatsing van lucht aan het aardoppervlak van een gebied met hoge luchtdruk naar een gebeid met lage luchtdruk