Frans-NL H6

Publiek
1
Woorden in deze lijst (80)
Origineel
- l'œuvre v
- het werk
- le chef-d'œuvre
- het meesterwerk
- la créatrice de mode
- de modeontwerpster
- le musicien
- de muzikant
- l'amateur m
- de liefhebber
- bien
- goed
- mieux
- beter
- mal
- slecht
- autant
- zoveel
- parfois
- soms
- la bande-annonce
- de trailer
- la chanson
- het liedje
- la voix
- de stem
- le tube
- de hit
- les paroles v mv
- de songtekst
- le frère jumeau
- de tweelingbroer
- l'étudiant/
e - de student/
e - l'enseignant/
e - de onderwijzer/
es - la fac/
ulté - de universiteit
- la jeunesse
- de jeugd
- le spectateur
- de toeschouwer
- le visiteur
- de bezoeker
- le résumé
- de samenvatting
- l'écran m
- het scherm
- l'entrée v
- de toegang
- l'offre v
- het aanbod
- la condition
- de omstandigheid
- la valeur
- de waarde
- l'atelier m
- de workshop
- les bienfaits m mv
- de positieve effecten
- au premier plan
- op de voorgrond
- en arrière-plan
- op de achtergrond
- à côté de
- naast
- entre
- tussen
- au milieu
- in het midden
- la banlieue
- de buitenwijk
- la façon
- de manier
- la confiance
- het vertrouwen
- la peinture
- het schilderij
- la sculpture
- de beeldhouwkunst
- la veille
- de vorige dag
- le lendemain
- de volgende dag
- hier
- gisteren
- avant-hier
- eergisteren
- aujourd'hui
- vandaag
- l'outil m
- het gereedschap
- le besoin
- de behoefte
- c'est pareil
- het is hetzelfde
- à peu près
- ongeveer
- ça me touche
- het ontroert me
- demain
- morgen
- après-demain
- overmorgen
- à l'époque
- in die tijd
- contemporain
- hedendaags
- sans égal
- ongekend
- il a vécu
- hij heeft geleefd
- il a conquis
- hij heeft veroverd
- dépêchez-vous
- haast u
- être en train de
- bezig zijn met
- avoir le trac
- plankenkoorts hebben
- fier/
fière - trots
- doué/
e - talentvol
- accessible
- toegankelijk
- gratuit/
e - gratis
- visible
- zichtbaar
- kiffer
- leuk vinden pop
- soulager
- opluchten
- télécharger
- downloaden
- enregistrer
- opnemen
- peindre
- schilderen
- croire
- geloven
- apprécier
- waarderen
- mériter
- verdienen
- embaucher
- in dienst nemen
- perturber
- storen
- marcher
- lopen
- rire
- lachen
- transmettre
- doorgeven
- se dérouler
- zich afspelen
- avoir lieu
- plaatsvinden