Formules met breuken
Publiek
Woorden in deze lijst (8)
Origineel
- Teller
- Het bovenste gedeelte van een breuk.
- Noemer
- Het onderste gedeelte van een breuk.
- De variabele uit de breuk halen
- Het schrijven van een breuk met een variabele in de teller als een product van een getal en die variabele, bijvoorbeeld A = 3a /
4 schrijven als A = 3/ 4 a. - Uitdelen
- Het schrijven van de termen uit de teller van een breuk als afzonderlijke breuken, bijvoorbeeld (4x - 4) /
5 schrijven als 4x / 5 - 4 / 5. - Omgekeerde
- De breuk die ontstaat door de teller en de noemer van een breuk te verwisselen; van a/
b is dit b/ a. - Gelijknamig
- Breuken die dezelfde noemer hebben.
- Kruislings vermenigvuldigen
- Een methode waarbij de formule A /
B = C / D wordt herleid tot de vorm A · D = B · C. - Wisseleigenschap
- De regel die stelt dat in een formule van de vorm P = Q /
R de variabelen P en R van plaats gewisseld mogen worden, zodat R = Q / P.
–
–
–
–
–
–
–
–