Frans - Nederlands woordenschat (Chapitre 2)
Publiek
4
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- la piscine
- het zwembad
- l'écran m
- het scherm
- la vue
- het uitzicht
- la décoration
- de decoratie
- la montagne
- de berg
- le monde entier
- de hele wereld
- l'étage m
- de verdieping
- la mer
- de zee
- le centre
- het centrum
- le château
- het kasteel
- Tu habites où?
- Waar woon jij?
- J'habite à Paris.
- Ik woon in Parijs.
- Tu habites dans un appartement?
- Woon jij in een huis?
- Non, j'habite dans un appartement.
- Nee, ik woon in een flat.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–