chapter 2 B
Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (62)
Origineel
- Hallo? Is dit (wel) ... ?
- Allô? C'est bien ... ?
- Is ... er/
aanwezig? - Est-ce que ... est là?
- Ik zou graag willen spreken met ...
- Je voudrais parler à ...
- Wilt u een bericht achterlaten?
- Vous voulez laisser un message?
- Wanneer zou ik terug kunnen bellen?
- Quand pourrais-je rappeler?
- de tandarts
- le dentiste
- de verpleegkundige
- l’infirmier (-ère)
- de huisarts
- le médecin généraliste
- de oogarts
- l’ophtalmologue m/
v - de voorzorg
- la précaution
- de (voorraad)kast
- le placard
- verstandig
- sage
- voorkomen
- prévenir
- bijhouden
- faire le suivi
- mogelijk maken
- permettre de
- het voedsel
- la nourriture
- zich voeden/
eten - se nourrir
- (aan)tonen
- démontrer
- juist, precies
- justement
- ontwikkeld
- conçu
- bevatten/
inhouden - contenir
- te midden/
tussen - parmi
- ziek maken
- rendre malade
- het doktersbezoek
- la consultation
- zodra
- dès que
- aangezien
- étant donné
- in het bijzonder
- particulièrement
- (in)slikken
- avaler
- storen
- déranger
- beter worden/
genezen - guérir
- voorkomen
- figurer
- je hoeft alleen maar
- il suffit de
- het dieet
- le régime
- het hardlopen
- la course à pied
- het zonder doen
- se passer de
- aansluiten/
bijvoegen - rejoindre
- meten
- mesurer
- delen
- partager
- aanmoedigen
- encourager
- de tandarts
- le dentiste
- de verpleegkundige
- l’infirmier (-ère)
- de huisarts
- le médecin généraliste
- de apotheker
- le pharmacien
- het medicijn
- le médicament
- het dieet
- le régime
- gezond
- sain
- stoppen
- arrêter
- consumeren
- consommer
- het product
- le produit
- helpen
- aider
- beter worden/
genezen - guérir
- gebruiken
- utiliser
- de gezondheid
- la santé
- ziek
- malade
- de voeding
- l’alimentation
- vaak
- souvent
- dankzij
- grâce à
- plezier maken
- s’amuser
- volgen/
bijhouden - suivre
- delen
- partager
- meten
- mesurer
- vergemakkelijken
- faciliter