2. Natuur en landschap
Publiek
Woorden in deze lijst (32)
Origineel
- geofactoren
- Factoren die een landschap vormen en met elkaar in wisselwerking staan: gesteente en reliëf, bodem, klimaat en lucht, water, flora en fauna, en de mens.
- landschap
- Een gebied met eigen, zichtbare kenmerken.
- boreale zone
- Landschapszone met koudere temperaturen en naaldbos als natuurlijke vegetatie.
- gematigde zone
- Landschapszone met gematigde temperaturen en loofbos als natuurlijke vegetatie.
- landschapszone
- Groot gebied met dezelfde vegetatie.
- polaire zone
- Landschapszone waar het extreem koud kan worden./
Je vindt er toendraplanten als natuurlijke vegetatie of geen vegetatie. - (semi-)aride zone
- Landschapszone met weinig neerslag./
Je vindt er woestijnen en steppegebieden. - subtropische zone
- Landschapszone in de warme gematigde zone (subtropen) met vegetatie die weinig neerslag nodig heeft.
- tropische zone
- Landschapszone in de tropen met als natuurlijke vegetatie tropisch regenwoud, moessonbos of savanne.
- cultuurlandschap
- Landschap dat vooral door mensen is gemaakt.
- grondsoort
- Het materiaal waaruit de ondergrond bestaat.
- Hoog-Nederland
- Deel van Nederland dat boven NAP ligt (zuiden en oosten).
- ijstijd
- Lange periode in het verleden waarin de temperatuur op aarde een stuk lager was dan nu.
- Laag-Nederland
- Deel van Nederland dat onder NAP ligt (westen en noorden).
- Normaal Amsterdams Peil (NAP)
- De gemiddelde hoogte van de zeespiegel.
- stuwtal
- Door een gletsjer opgeduwde heuvel.
- aardverschuiving
- Een grote massa grond en/
of stenen die onder invloed van de zwaartekracht als één geheel van een helling naar beneden komt. - bergstorting
- Een catastrofale vorm van een puinlawine, waarbij door inwendige breuken in het gesteente in één keer een grote partij rotsblokken met grote snelheid naar beneden stort.
- epicentrum
- De plaats aan het aardoppervlak die recht boven de plaats van de aardbeving in de aardkorst ligt.
- hypocentrum
- Plaats van de aardbeving in de aardkorst.
- lawine
- Plotseling snel vallende ijs-, sneeuw- en/
of gesteentemassa’s die meestal voorkomen in de steile delen van hooggebergten. - orkaan
- Tropische storm met minimaal windkracht 12.
- puinlawine
- Een plotseling vallende gesteentemassa van verweringspuin.
- sneeuwlawine
- Een plotselinge verschuiving van sneeuw langs een berghelling.
- tropische storm
- Storm in een tropisch lagedrukgebied met minimaal windkracht 8.
- tsunami
- Vloedgolf die door een aardbeving in de oceaanbodem ontstaat en aan de kust zo groot wordt dat hij grote schade kan aanrichten.
- curatieve maatregelen
- Maatregelen na een ramp om slachtoffers te helpen en het rampgebied te herstellen.
- hazard management
- Het totaal van maatregelen om de schade en het aantal slachtoffers bij een ramp te beperken.
- humanitaire ramp
- Ramp waarbij veel mensen in een rampgebied langdurig geen voedsel, drinkwater en onderdak hebben.
- natuurramp
- Een ramp met natuurlijke oorzaken en met ernstige gevolgen voor mensen.
- preventieve maatregelen
- Tijdige maatregelen om de schade en slachtoffers bij een volgende ramp te beperken.
- fysische geografie
- Wetenschap die onderzoekt hoe natuurlijke processen landschappen vormen en veranderen.