De Geo - Leerboek - 1 VMBO-T/HAVO - begrippen H1
Publiek
Woorden in deze lijst (38)
Origineel
- absolute afstand
- De afstand tussen twee plaatsen die je meet in kilometers langs een rechte lijn (hemelsbreed).
- absolute ligging
- Het snijpunt van een breedtecirkel en een lengtecirkle, in breedte- en lengtegraden (de coördinaten N.B./
Z.B. en W.L./ O.L.). - bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inwoner/
km²). - breedtecirkel
- Cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt. Heet ook parallel.
- breedteligging
- Hoe ver een plaats van de evenaar ligt, gemeten in breedtegraden.
- dunbevolkt
- Er wonen weinig mensen per vierkante kilometer.
- evenaar
- Denkbeeldige lijn die de aardbol in twee helften verdeelt: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
- gebied
- Een klein of groot stuk van het aardoppervlak.
- ingericht landschap
- Landschap waarin mensen huizen, wegen, akkers, weilanden en andere dingen hebben aangelegd.
- inrichtingselement
- Element in het landschap dat mensen hebben aangelegd of gebouwd, zoals akkers, wegen en huizen.
- inzoomen
- Een gebied van dichterbij bekijken. Je gaat van een groot gebied naar een kleiner gebied. Je ziet dan meer details.
- kaart
- Een verkleinde tekening van een gebied.
- kaartlezen
- Begrijpen wat er op een kaart staat. Daarvoor let je op vier dingen: de titel, de legenda, de schaal en de noordpijl.
- legenda
- Uitleg van de betekenis van de kleuren en de symbolen op een kaart.
- lengtecirkel
- Cirkel die plaatsen van gelijke lengteligging verbindt. Heet ook meridiaan.
- lengteligging
- De afstand in graden van een plaats tot de nulmeridiaan.
- meridiaan
- Cirkel die plaatsen van gelijke lengteligging verbindt. Heet ook lengtecirkel.
- natuurlandschap
- Landschap dat niet door mensen is ingericht. Het is puur natuur.
- natuurlijk element
- Element in het landschap dat niet door mensen is aangelegd of gebouwd, zoals bergen, rivieren en kusten.
- noordelijk halfrond
- De helft van de aardbol ten noorden van de evenaar.
- noorderbreedte
- Breedteligging op het noordelijk halfrond. Wordt afgekort als N.B.
- Noordpool
- De noordelijkste plek op aarde.
- nulmeridiaan
- De lijn die over Greenwich (bij Londen) loopt die de aardbol in twee helften verdeelt: het westelijk halfrond en het oostelijk halfrond.
- oostelijk halfrond
- De helft van de aardbol ten oosten van de nulmeridiaan.
- oosterlengte
- Lengteligging op het oostelijk halfrond. Wordt afgekort als O.L.
- overzichtskaart
- Kaart met een overzicht van de steden, rivieren, zeeën, bergen, wegen en spoorlijnen in een bepaald gebied.
- parallel
- Cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt. Heet ook breedtecirkel.
- relatieve afstand
- De afstand tussen twee plaatsen gemeten in tijd en kosten.
- schaal
- Getal dat laat zien hoeveel het gebied op een kaart verkleind is, bijvoorbeeld 1:1.000.000 (1 cm op de kaart is 1 miljoen cm ofwel 10 km in werkelijkheid).
- schaalniveau
- De schaal waarop je naar de wereld kijkt: lokaal, regionaal, nationaal, continentaal of mondiaal.
- thematische kaart
- Kaart die over één onderwerp (= thema) gaat, bijvoorbeeld de bevolkingsdichtheid.
- tijdzone
- Een gebied op aarde met dezelfde tijd.
- uitzoomen
- Een gebied van verderaf bekijken. Je gaat van een klein gebied naar een groter gebied. Je ziet dan minder details.
- westelijk halfrond
- De helft van de aardbol ten westen van de nulmeridiaan.
- westerlengte
- Lengteligging op het westelijk halfrond. Wordt afgekort als W.L.
- zuidelijk halfrond
- De helft van de aardbol ten zuiden van de evenaar.
- zuiderbreedte
- Breedteligging op het zuidelijk halfrond. Wordt afgekort als Z.B.
- Zuidpool
- De zuidelijkste plek op aarde.